Enkele vrouwen in een Leids universitaire context 1610-1617

Tussen 1610 en 1617 verschenen er in Leiden gravures met voorstellingen van een tuin, een anatomisch theater, een bibliotheek en een schermschool. Dit waren vier instellingen die onder het beheer vielen van de Leidse universiteit. Ze werden gegraveerd door Willem van Swanenburgh naar ontwerp van de schilder Jan Cornelisz. van ’t Woudt. De uitgever van de prenten was de boekdrukker Andreas Hendrikz. Cloucq. De vier gravures hangen nauw samen met de opkomst van kaarten en beschrijvingen van steden rond het Twaalfjarig Bestand. In deze vier ruimtes zijn verzamelingen en figuren te zien, die met elkaar in interactie zijn. Op de prent van de tuin en van het theater bevinden zich op de voorgrond enkele rijk geklede vrouwen in gezelschap van een man. De aanwezigheid van de vrouwen op de prenten is bijzonder omdat zij niet mochten worden ingeschreven als student. De vraag is hoe wij de voorgestelde vrouwen kunnen interpreteren en waarom zij juist op deze twee specifieke prenten uit de serie zijn afgebeeld. Hun aanwezigheid in de tuin en het theater kan worden verklaard omdat de tuin en het theater in beginsel de meest publiek toegankelijke instellingen waren van de vier. Daarnaast is er een aantoonbaar verband met kaarten… Lees verder

De mysterieuze microscoop uit Jena

Achterin een kast bij de afdeling Imaging Physics van de faculteit Technische Natuurwetenschappen (TNW) van de TU Delft lag al bijna dertig jaar een doos vol interessante voorwerpen. En tussen die voorwerpen in die doos, prisma’s en telescopen, lag een mysterieuze microscoop. De meeste voorwerpen dateerden uit het midden van de twintigste eeuw, maar deze microscoop zag er ouder uit – veel ouder! Wat is er gebeurd en hoe kwam hij in een kast bij TNW? Team Maatwerk van de TU Delft ging op onderzoek uit. Wat zit er in de doos?Een kleine koperen microscoop gemonteerd op een houten kistje, met de naam van de maker “Carl Zeiss” gegraveerd op de bovenkant met een mysterieus nummer “417”. Het zag er zeker niet uit als iets dat Zeiss in de vorige eeuw zou hebben geproduceerd. Het doosje zat op slot en de sleutel was al lang zoek, maar een handig briefje vertelde dat het geopend kon worden “met een briefopener” (het team gebruikte een schroevendraaier). De binnenkant was bekleed met blauw fluweel en bevatte een aantal verschillende lenzen en een klein vergrootglas. Er zaten ook gevouwen documenten in de doos, deels in Fraktur-letters gedrukt. Een daarvan was een aanbevelingsbrief van de… Lees verder

Koloniale economie aan de R.K. Handelshogeschool, de voorganger van Tilburg University

Het is bij meerdere mensen bekend dat in 2027 Tilburg University precies honderd jaar bestaat en dat deze instelling is ontsproten uit de Roomsch Katholieke Handelsho(o)geschool. Maar ongetwijfeld weten maar weinigen dat deze handelshogeschool in de beginjaren diverse vakken aanbood die opleidden voor handelsbetrekkingen en economische activiteiten in de voormalige Nederlandse koloniën en dan met name in Nederlands-Indië. Historische en wetenschappelijke interesse De afgelopen jaren is er in toenemende mate historische en wetenschappelijke interesse in het koloniale verleden van allerlei Nederlandse instituties, inclusief de hogere onderwijsinstellingen. Hierbij wordt ook de eigen geschiedenis kritisch onder de loep genomen. Zo verscheen onlangs nog het SAE-rapport Verzameld in naam van de wetenschap. Omgang met universitaire collecties uit een koloniale context. Daarnaast besteden verschillende Nederlandse steden hier in toenemende mate aandacht aan. Zo zal dit voorjaar een publicatie verschijnen over het koloniale verleden van Tilburg. Daarin zal de Tilburgse onderzoekster dr. Tessa Leesen een apart hoofdstuk wijden aan de rol van het koloniale verleden aan onze universiteit, van het begin tot heden ten dage. Zij onderscheidt in die ontwikkeling vier historische fasen. De eerste fase loopt van 1927 tot ca. 1962 en is hoofdzakelijk koloniaal gericht, met alle vooroordelen die daarbij horen en waarin… Lees verder

Wat is de toekomst van de gipscollectie van Bouwkunde?

Daartoe de vraag: “wat is het verleden ervan?” In het kader van het programma “Maatwerk Facultaire Collecties” (2022-2025) helpt het erfgoedteam van TU Delft Library de verschillende faculteiten bij het professionaliseren van het beheer van collecties. De objecten worden geïnventariseerd, gewaardeerd en geformaliseerd. Het doel is om de collecties op te schonen, te ontsluiten en te borgen voor de toekomst. Belangrijke erfgoedobjecten zullen museaal bewaard worden, terwijl gebruik in onderwijs en onderzoek een belangrijk doel van de collecties was en blijft. Bouwkunde is pilot De faculteit Bouwkunde vervult een pilotfunctie in het programma. De collecties zijn voornamelijk voormalige onderwijscollecties, bijeengebracht sinds de tweede helft van de negentiende eeuw. De voorwerpen zijn gevarieerd, naast stoelen, maquettes en natuursteenmonsters zijn er ook producten van kunstnijverheid en antiquiteiten. Sluytermancollectie Om te weten wat we kunnen, moeten en mogen met de objecten, is het noodzakelijk om te bepalen wat de huidige waarde van de stukken voor de universiteit is. Daarvoor is het belangrijk de historische context van de voorwerpen te kennen. Ik noem een drietal voorbeelden: een schaalmodel van de Nikè van Samothrake, het hoofd van het Paard van Selene, en een reeks heiligen en apostelen. Deze gipsafgietsels werden gebruikt voor het onderwijs in… Lees verder

Meester in Variatie: Bernard Reith in al zijn schakeringen

Aan het werk kent men de meester Artistiek meesterschap bestaat in allerlei vormen. Soms komt het tot uitdrukking in één groots meesterwerk, soms in een heel oeuvre met een herkenbare eigen stijl. Kenmerkend voor het meesterschap van illustrator Bernard Reith (1894-1974) is de beheersing van een breed scala aan stijlen, genres en artistieke media. Van strips in kindertijdschrift OKKI tot illustraties bij Psyche en Fidessa van Louis Couperus – monumenten uit de Nederlandse literatuurgeschiedenis. Zijn vermogen om verhalen tot leven te brengen en de verbeelding van lezers aan te spreken, heeft zijn werk geliefd gemaakt. Gedurende zijn loopbaan heeft Reith duizenden illustraties vervaardigd, voornamelijk in opdracht van uitgeverij Rooms-Katholiek Jongensweeshuis uit Tilburg en voor het weekblad de Katholieke Illustratie. In de Bijzondere Collecties van de Universiteit Maastricht (UM) bevindt zich de privébibliotheek van Bernard Reith met meer dan duizend geïllustreerde, geschreven en verzamelde werken over tekenen en kunstgeschiedenis, waaronder een omvangrijke verzameling boeken uit de Golden Age of Illustration. Unieke werken uit de Bijzondere Collecties en uit het archief van de familie Reith zijn momenteel te zien op de Reith-tentoonstelling in het bestuursgebouw van de UM. Leraar en onderzoeker Naast illustrator was Reith werkzaam als docent tekenen en kunstgeschiedenis in… Lees verder

De onthulling van een Boulitte elektrocardiograaf (uit ca. 1930)

Op 29 februari 2024 vierde de Historische Studieverzameling EWI aan de Universiteit Twente (UT) het 45-jarig bestaan. Dit heuglijke feit werd gevierd met een symposium getiteld ‘Terugblik op de ontwikkeling van Elektrocardiografie’ en de onthulling van een vitrine met een Boulitte elektrocardiograaf. Een apparaat uit de jaren dertig van de vorige eeuw om de elektrische activiteit van de hartspier te meten op een universiteit, die in 1961 als Technische Hogeschool Twente (THT) het levenslicht zag en waar pas in september 1964 de eerste colleges werden gegeven? Colleges waarin zeker geen medische onderwerpen behandeld werden. Twente had immers geen medische faculteit en zou die ook nooit krijgen, ondanks diverse pogingen daartoe. Een mooie aanleiding om eens in het ‘medisch dossier’ van de UT te duiken. In oktober 1964 – dus een maand na de officiële opening van de THT – ontving het hogeschoolbestuur een brief van de Enschedese neurochirurg dr. G.J. van Hoytema (1915-1966) om samenwerking tussen de Enschedese medische wereld en de THT op medisch-technisch gebied te onderzoeken. Het bestuur toonde zich echter weinig enthousiast. Toch werd een commissie in het leven geroepen, die op nadrukkelijk verzoek van Van Hoytema de mogelijkheden onderzocht voor een instituut voor de bestudering van… Lees verder

Een unieke zilveren herinnering aan de oprichting in 1913

‘Gedenkend de afsluiting van een tijdperk van geslaagd samenwerken. Januari – november 1913 De stichting der Nederlandsche Handelshoogeschool’. Deze tekst is gegraveerd in twee zilveren borden, waarvan er een al sinds 1963 onderdeel uitmaakt van de erfgoedcollectie EUR. Het tweede exemplaar kon daar zestig jaar later – in maart 2024 – aan worden toegevoegd. De twee borden zijn vervaardigd bij de Koninklijke Utrechtse Fabriek van Zilverwerken in 1913 in opdracht van C.A.P. van Stolk. Samen met J.A. Ruys en mr. W.C. Mees wordt Van Stolk gerekend tot de ‘founding fathers’ van de Nederlandsche Handels-Hoogeschool (NHH), de oudste rechtsvoorganger van de Erasmus Universiteit Rotterdam. De opening van de NHH op 8 november 1913 moet voor Van Stolk een groots moment zijn geweest. Zijn twee eerdere pogingen om een handelshogeschool op te richten – in 1898 en in 1904 – liepen op niets uit. Maar in het voorjaar van 1913 bleken de geesten er rijp voor.  Van Stolk is zich ervan bewust geweest dat de hulp van Ruys en Mees daarbij een grote rol speelde.  Als waardering voor hun inzet gaf hij hun een aandenken in zilver cadeau. In het midden van het bord, met een gravure van de Nederlandse leeuw, staat… Lees verder

De eendenbek, een pen en male gaze in academische collecties

Iedere dag schrijft Wikipedia-activiste Jessica Wade een Wikipediapagina (al meer dan tweeduizend) over een vrouwelijke wetenschapper. Ik sloeg meteen aan het rekenen, hoeveel tijd besteedt deze Britse nanotechnologe dan aan het corrigeren van het beeld dat we nog steeds van de wetenschapsgeschiedenis hebben?  Dat beeld blijft hardnekkig, er zijn weinig tot geen vrouwen in de wetenschap van vroeger. Als verdediging van dit beeld wordt meestal dan aangevoerd dat het geen kwestie van niet willen is. Niet dat er geen aandacht voor dit onderwerp zou zijn, maar een dat het een kwestie van ze niet kunnen vinden is, want ze zijn er niet. Die heersende gedachte is door Jessica Wade onderuitgehaald. Ook Margriet van der Heijden kantelt het beeld in haar publicatie: ‘Ongekend, over vrouwen in de natuurwetenschap die over het hoofd werden gezien’. Deze en gelukkig meerdere initiatieven hebben de male gaze op de wetenschap aan de kaak gesteld. Niet dat we er al zijn, maar er is duidelijk een verschuiving gaande. Nu wil ik hier niet verder ingaan op het verschil tussen mannen en vrouwen in de wetenschap. Waar ik juist naar wil kijken zijn collecties. Want ook daar is nog steeds de male gaze hardnekkig.   Male gaze betekent… Lees verder

Het koffertje van Professor T.H. Thung

Een vierkant donkerblauw KLM-koffertje, vol met butsen en krassen. Het is een van de meest besproken objecten in onze tentoonstelling Fascinerende Virussen – Professor Thung, de eerste professor in de virologie.  De tentoonstelling geeft een inkijk in het leven van professor Theng Hiang Thung (1897-1960), de eerste professor in de virologie in Wageningen én de wereld.

CERL-stage 2023 – Rijksuniversiteit Groningen

Het Consortium of European Research Libraries (CERL) is het internationale centrum voor het historische geschreven en gedrukte boek, het geschreven erfgoed van Europa, vertegenwoordigd door de collecties van de aangesloten leden en daarbuiten. CERL is een plek waar bibliotheek- en informatieprofessionals samenwerken.

Alba Amicorum als social media avant la lettre

Wil je anno 2023 in de picture blijven, jezelf op de kaart zetten of contact onderhouden met je verwanten, dan ontkom je bijna niet aan het gebruik van Whatsapp, Facebook, LinkedIn en Instagram. Dat dergelijke vormen van social media hun voorganger hebben in de vorm van alba amicorum, beseffen velen niet.

Sporen van Isaac Newton op de TU/e-campus: “If I have seen further…”

De TU Eindhoven is sinds 1964 in het trotse bezit van een van de (naar verluidt vele) nazaten van de appelboom waaronder Sir Isaac Newton het inzicht zou hebben gekregen dat hem bracht tot zijn baanbrekende publicatie over de principes van de mechanica en van de zwaartekracht: ‘Philosophiae naturalis principia mathematica’ uit 1687.