Ernst en Luim: een Nijmeegs tijdschrift uit de negentiende eeuw

Via een schenking verkreeg de Universiteitsbibliotheek Nijmegen in 2023 een bijzonder tijdschrift met de titel Ernst en Luim. Deze uitgave is uitzonderlijk vanwege het feit dat zij volledig handgeschreven is en zich in opmerkelijk goede staat bevindt. Extra betekenisvol voor de Radboud Universiteit is het lokale karakter ervan.

Afb. 1. Tekening gemaakt door ‘Beiselen’ met het onderschrift ‘Doortrekkende muzikanten uit Italië’. (Universiteitsbibliotheek Nijmegen).

 

Uiterlijke vorm en inhoud

Ernst en Luim is vervaardigd op papier van klein formaat en liep van 1860 tot 1868. Het stond onder redactie van ‘Luimig Jaapje en Compagnie’ en kende een vrij consistente vorm. Op de binnenkant van de voorste kaft bevindt zich doorgaans een notitie van de hoofdredacteur, gevolgd door een reeks artikelen. Elk nummer bevat tussen de 12 en 48 pagina’s. Achterin het tijdschrift is een inhoudsopgave opgenomen, met daaronder een lijst van intekenaars.

De inhoud is breed van aard, met een duidelijke nadruk op theater en literatuur. Veelvuldig treffen we toneelstukken en fragmenten van romans aan, afgewisseld met gedichten, liedjes, kronieken, rebussen, filosofische bespiegelingen, reisverslagen en illustraties. Vermoedelijk zijn meerdere auteurs bij het tijdschrift betrokken geweest. Zij zijn herkenbaar aan hun pseudoniemen, die veelal bij de afzonderlijke bijdragen of in de inhoudsopgave worden vermeld. Sommige auteurs hadden zelfs vaste rubrieken. Zo is er ‘Aitzema’ met ‘Varia met Aitzema’ en was ‘Beiselen’ de vaste tekenaar van het blad.

Opmerkelijk is dat de gehele tekst, met enkele uitzonderingen, in één handschrift is geschreven. Indien er inderdaad meerdere auteurs waren, zijn hun bijdragen waarschijnlijk door één persoon op schrift gesteld. Het tijdschrift kende geen groot lezerspubliek; de doelgroep lijkt beperkt tot een kleine kring van intekenaars, gemiddeld tien per nummer. Veel namen keren herhaaldelijk terug. Voor zover te achterhalen, kwamen deze intekenaars allen uit Nijmegen.

 

Humoristisch of satirisch?

Een centrale vraag tijdens het ontsluitingsproces was of Ernst en Luim zich primair laat typeren als humoristisch of satirisch tijdschrift. In mijn optiek is er sprake van een humoristisch blad met hier en daar satirische elementen. Die satire komt vooral tot uiting in artikelen over de stad Nijmegen, aangeduid als ‘Vesting N.’. De kern ervan wordt gevormd door tekeningen die vergezeld gaan van bijtende commentaren.

Een sprekend voorbeeld is een plattegrond van Nijmegen met de toevoeging dat er buiten de stadsmuren nog ruimte genoeg was om ‘Vesting N.’ verder uit te breiden. Deze scherpe toon laat zich verklaren vanuit de historische context: Nijmegen was als vestingstad vervuild, kampte met woningnood en kende een hoge ziektelast. Vooral onder de gegoede burgerij leidde dit tot onvrede. De directe en negatieve verwijzingen naar de vestingstatus doen vermoeden dat de auteurs tot deze sociale laag behoorden, en het tijdschrift deels als uitlaatklep fungeerde voor hun frustraties.

Ook het pseudoniem ‘Lucianus’ wijst in de richting van satire. Deze naam verwijst naar Lucianus van Samosata, een klassieke satiricus, en onderstreept een zekere literaire traditie. Toch zijn zulke verwijzingen zeldzaam. Daarom kan in deze eerste verkenning voorzichtig worden geconcludeerd dat Ernst en Luim in de eerste plaats een humoristisch tijdschrift is.

Die humor manifesteert zich onder meer in karikaturale tekeningen, zoals figuren met uitgerekte neuzen of disproportionele ledematen. Daarnaast treffen we geestige advertenties aan, waaronder één waarin de redactie gevraagd wordt om duidelijker te schrijven, een knipoog naar het handgeschreven karakter van het blad zelf. Zulke humoristische elementen roepen de vraag op of het blad voortkwam uit een vriendengroep, en mogelijk als een vorm van gezamenlijke grap bedoeld was. Definitieve antwoorden daarop ontbreken, maar de suggestie alleen al prikkelt de verbeelding.

Afb. 2. Voorkant van nummer 10 uit de tweede serie van de eerste jaargang van Ernst en Luim. Hierop staan de redactieleden en hun pseudoniemen afgebeeld. De illustratie is vervaardigd door ‘Beiselen’. (Universiteitsbibliotheek Nijmegen)

 

De auteurs

Door het gebruik van pseudoniemen is het identificeren van auteurs lastig. Vooralsnog is één persoon met zekerheid vastgesteld: Bernardus Samuel Cohen Kahn. Hij werd via de persoonsregisters van het Regionaal Archief Nijmegen opgespoord. Deze uit Rotterdam afkomstige toneelspeler wordt in eigentijdse Nijmeegse kranten vermeld als directeur van het Liefhebberijgezelschap De Vriendenkring, een toneelvereniging. De inhoudelijke focus van Ernst en Luim op toneelstukken krijgt hiermee een plausibele verklaring.

Vooralsnog zijn in het tijdschrift geen expliciete verwijzingen naar dit gezelschap aangetroffen. Nader onderzoek kan mogelijk meer helderheid verschaffen over deze connectie. Feit is in ieder geval dat Ernst en Luim teruggekeerd is naar Nijmegen, haar stad van herkomst. Het tijdschrift zal voortaan in academische kring worden bestudeerd, geheel in lijn met de wens van de schenker.

Jessica Vogels (1998) studeert de master Literair Bedrijf aan de Radboud Universiteit. Van oktober 2024 tot eind februari 2025 deed zij in het kader van haar masterstage cultuurhistorisch onderzoek naar Ernst en Luim.

Deel dit

1 reactie

  1. Annemieke Hoogenboom op zegt:

    De tekeningen doen me sterk denken aan die van Pieter van Loon (zie Het Utrechts Archief). Hoewel hij in Utrecht woonde maakte hij deel uit van de overwegend Amsterdamse familie Van Loon. In de tijd waarin Ernst en luim getekend is en ook de tekeningen van Van Loon uit Het Utrechts Archief, woonde ook Kuhn in Amsterdam. Zij zouden elkaar best gekend kunnen hebben. Van Loon lijkt overigens goed bekend te zijn geweest met Franse karikaturen.

Plaats een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *