Forever young?

Midden jaren tachtig startte de Rijksuniversiteit Limburg een grootschalige reclamecampagne om nieuwe studenten te trekken. Enige jeugdige zelfoverschatting kon de campagnemakers niet worden ontzegd. Zo werd in één van de advertenties beweerd dat een studie aan Harvard Universiteit weliswaar een “prima keus” is, maar dat de Rijksuniversiteit Limburg ten opzichte van Harvard “nogal wat pluspunten” heeft. “Op sommige punten kunnen de beste universiteiten nog iets van ons leren”, aldus de onderstaande reclametekst.


Mijn puberdochter wees mij onlangs op een populaire meme waarin een man van middelbare leeftijd zich voordoet als jongere. Met een skateboard over zijn schouder en een baseballpet achterstevoren op zijn hoofd vraagt hij: “How do you do, fellow kids?”. Het fragment blijkt afkomstig uit de Amerikaanse satirische sitcom 30 Rock, waarin een rechercheur – gespeeld door komiek Steve Buscemi – een middelbare school infiltreert. De scène verbeeldt treffend het ‘cringe’-gevoel dat jongeren ervaren wanneer volwassenen zich niet leeftijdsadequaat gedragen.

Bij het zien van dit fragment moest ik denken aan de manier waarop mijn alma mater – de Universiteit Maastricht (UM) – zichzelf graag presenteert. We schilderen onszelf af als een universiteit met een eigen smoel: jong, lefgozerig en rebels. Wij doen de dingen net even anders dan de klassieke gevestigde universiteiten. ‘Wij zijn een jonge universiteit; de jongste van Nederland’ – dat is de trom waarop onze marketing- en communicatieafdeling al decennia onvermoeibaar slaat. De UM blijft “forever young”, zo beweerde voormalig collegevoorzitter Martin Paul een tijd geleden. Dit jaar viert de universiteit, opgericht als Rijksuniversiteit Limburg, haar vijftigjarig bestaan. Dat vraagt wat mij betreft om herbezinning op onze profilering.

Bij de officiële start in 1976 waren er slechts twee faculteiten en amper honderd studenten. De jonge Rijksuniversiteit Limburg was in veel opzichten een kwetsbare instelling met een onzekere toekomst. De gevestigde orde bekeek de nieuwkomer vaak met scepsis en wantrouwen. De Maastrichtse universiteit moest haar bestaansrecht continu bewijzen, te midden van toenemende concurrentie en een groeiende strijd om schaarse middelen. Het is niet vreemd dat de UM zichzelf in deze context als ‘jong’ en ‘tegendraads’ profileerde en dit beeld jarenlang zorgvuldig cultiveerde. Zij moest immers haar plek tussen de gevestigde zusteruniversiteiten zien te bestendigen.

Inmiddels heeft de universiteit haar plaats binnen het Nederlandse universitaire bestel stevig verankerd. In een halve eeuw is de UM uitgegroeid tot een volwaardige universiteit met zes faculteiten, ruim 23.000 studenten en meer dan 5.000 medewerkers. Hoewel de UM zich in een aantal opzichten nog altijd van andere universiteiten onderscheidt, is zij deel gaan uitmaken van de gevestigde orde. Bovendien heeft zij een interessante geschiedenis die de moeite waard is om kennis van te nemen. Kunnen we ons dan nog wel blijven afficheren als een ‘jonge universiteit’?

Op de bekende internationale ranglijsten van beste jonge universiteiten – waarop Maastricht in het verleden vaak hoge ogen gooide – zal zij in elk geval niet meer verschijnen. De vraag dringt zich dan ook op hoe de Universiteit Maastricht zich in de nabije toekomst wil profileren. Blijven we, ondanks de onmiskenbare tekenen van ouderdom, hardnekkig vasthouden aan een lang vervlogen jeugdigheid?

Dat is misschien nog even vol te houden, maar een vijftiger die blijft beweren jong te zijn, maakt – zoals de meme met Steve Buscemi laat zien – al snel een wat sneue indruk. Wellicht biedt dit lustrum juist een uitgelezen kans om het imago van ‘jonge universiteit’ los te laten. Tegen die achtergrond schreef ik onlangs het boek Vijftig: Een ‘objectieve’ geschiedenis van de Universiteit Maastricht, dat in april zal verschijnen. Daarin vertel ik de geschiedenis van de UM aan de hand van vijftig bijzondere objecten en pleit ik voor een koerswijziging in de manier waarop wij onze universiteit aan de buitenwereld presenteren. Het is tijd om “de grijze haren trots in de wind te laten wapperen”.

Om te voorkomen dat onze studenten ons straks ‘cringe’ vinden, is het van belang om ons niet jonger voor te doen dan we zijn. Daar hoort bij dat we het behoud van ons academisch erfgoed als een serieuze en vooral gedeelde verantwoordelijkheid gaan zien. De sterke toekomstgerichte blik en het jeugdige imago hebben in de voorbije jaren weinig ruimte gelaten voor terugblikken op het verleden. Ik hoop dat dit lustrum er aanleiding toe geeft ook wat vaker achterom te kijken.

Voor meer verhalen over het 50 jarige bestaan van de Universiteit Maastricht klik hier

Deel dit

Plaats een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *