
In de jaren zeventig en het begin van de jaren tachtig kwam het merendeel van de studenten aan de Rijksuniversiteit Limburg – zoals de Universiteit Maastricht de eerste twintig jaar van haar bestaan heette – uit de provincie zelf. Vanaf het midden van de jaren tachtig nam het aantal studenten van buiten Limburg echter in rap tempo toe. De Maastrichtse carnavalsvereniging De Tempeleers wilde deze studenten, die vaak niet met de carnavalstraditie waren opgegroeid, nauwer bij het Maastrichtse carnaval betrekken. “Wij wilden voorkomen dat er allerlei subcultuurtjes zouden ontstaan met carnaval”, aldus een bestuurslid van de vereniging. Om dit te bereiken, schonk de carnavalsvereniging de studenten een levensgrote pop van polyester en papier-maché: Vrôw Wielemösj. Dit personage vindt zijn oorsprong in de éénakter Ein Vastelaovendgrap van toneelschrijver en regisseur Fons Olterdissen, die rond 1900 furore maakte met zijn in het Maastrichts opgevoerde komedies en operettes. In 1990 bewerkte schrijver en theatermaker Huub Noten de éénakter van Olterdissen tot een volledig toneelstuk over studenten die bij hospita Wielemösj op kamers woonden. Ze groeide zo uit tot de “patrones van het studentencarnaval”.
Ieder jaar nam een andere studentenvereniging de zorg voor de pop op zich en droeg haar mee in de carnavalsoptocht. De studenten voegden zelf een speels, maar essentieel element toe aan deze traditie: ieder jaar mocht een concurrerende vereniging proberen Vrôw Wielemösj te ontvoeren. De spelregels waren daarbij strikt: “De pop moet op een openbare plaats staan en mag alleen geweldloos worden weggehaald. Als ze wordt ontvoerd krijgt de beschermende vereniging haar pas terug na betaling van losgeld, meestal enkele bierfusten die gezamenlijk worden opgedronken”. De pop werd op de meest uiteenlopende plekken verstopt: in een bankkluis, in de nok van de stationshal, op een bouwterrein, vastgeketend aan een boom en zelfs boven in de toren van de Sint Janskerk. Ook de pogingen om haar te bemachtigen gingen soms ver. Zo werd er eens een hoogwerker gehuurd om Vrôw Wielemösj van een balkon te takelen. Over het algemeen werd het spel sportief gespeeld, maar incidenten bleven niet uit. In 1994 liep het interieur van de sociëteit van S.V. Tragos schade op bij een poging van een concurrerende vereniging om Wielemösj te stelen, en werd zelfs een dispuutsvoorzitter tijdelijk gegijzeld. Ook de pop zelf had het zwaar te verduren en moest meerdere “neuscorrecties” ondergaan.
Omdat de hospita steeds ruwer behandeld werd, kwam er in 2010 een einde aan de traditie. De pop bleef voortaan veilig opgeborgen in het magazijn van De Tempeleers. In 2016, ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan van de universiteit, werd besloten de traditie – zij het in een iets aangepaste vorm – nieuw leven in te blazen. Sindsdien is Vrôw Wielemösj tot en met carnavalsvrijdag te bezichtigen bij de universiteit. Daarnaast leggen de voorzitters van de Maastrichtse studentenverenigingen in het Maastrichts een eed af, waarin zij beloven de hospita met respect te behandelen. Vervolgens mag één van de verenigingen de mascotte meenemen naar het eigen verenigingshonk en haar op carnavalszondag in de optocht meedragen.
Bronnen
P. Caljé, ‘Maastricht en zijn universiteit. Interacties tussen universiteit, stad en regio’, in E. van Royen ed., Maastricht Kennisstad. 850 jaar onderwijs en wetenschap (Nijmegen 2011).
‘Het Maastrichtse is voor veel noorderlingen een openbaring’, Observant (11 januari 1995).
J. Janssen, ’N iew wijer. 1923 – Alfons Olterdissen – 2023 (Maastricht 1923) 76-77; zie ook H. Noten, Jao diech höbs us aon ’t hart gelege: het leven van Fons Olterdissen (Maastricht 1996).
‘Studentenvereniging Tragos waakt dit jaar over Vrow Wielemösj’, De Limburg (16 februari 2011)
‘Vrôw Wielemösj in handen van MDF’, Observant (13 februari 2003).
P. Ferron, persoonlijke communicatie (8 september 2025).
‘Vrouw Wielemösj krijgt haar eigen sociëteit’, De Limburger (6 februari 2017).