
Op dit moment is in het Allard Pierson de tentoonstelling “Van glas, gemaakt in de oudheid” te bezoeken. Hierin is een groot aantal objecten uit onze eigen collectie te zien. Eén van deze objecten is een klein kernglasamfoortje, dat voordat het in de tentoonstelling kom worden geplaats eerst is gerestaureerd. Over deze restauratie, en wat daarbij aan het licht is gekomen gaat dit verhaal.
Het gaat hier om een amfoortje van blauw glas met okergele en groene decoratie. Het vaasje is slechts 8,5 cm hoog en het wordt gedateerd van 525-375 v. Chr. Het is gemaakt met de kernglas techniek: hierbij werd glas bij een temperatuur van ca. 600°C rond een kern van klei en organisch materiaal gevormd. Het is een van de oudste technieken voor het maken van glas.
Al vanaf de oprichting van het Allard Pierson Museum in 1934 is het onderdeel van de collectie. In de ‘Algemeene gids’ van het museum uit 1937 komt het kort voorbij als nummer 1741. Voordat het in de collectie kwam, behoorde het tot de collectie van het Archeologisch Museum Scheurleer. Scheurleer kocht het vaasje in 1924 van het Museum voor Kunstnijverheid in Den Haag. Daarvoor was het onderdeel van de collectie Wolters, uit München.
Inmiddels staat het amfoortje alweer bijna honderd jaar in het Allard Pierson. Op de inventariskaart staat aangegeven dat het is gebroken en gerestaureerd met parafine. Waarschijnlijk is het al in deze toestand verworven. Hoewel de restauraties slordig waren uitgevoerd en gedurende de jaren sterk zijn verouderd, is het al die tijd ontsnapt aan behandeling door een restaurator. Dit komt waarschijnlijk doordat het er van één kant redelijk acceptabel uitzag en meestal te midden van een groepje soortgelijke objecten stond opgesteld.
In de aanloop naar de publicatie en tentoonstelling “Van glas, gemaakt in de oudheid” werd duidelijk dat de oude restauratiematerialen zo gedegradeerd waren dat er een risico bestond dat het amfoortje bij hanteren schade zou oplopen door de verzwakte lijmverbindingen en aanvullingen. Om deze redenen werd besloten om het object helemaal opnieuw te restaureren.
In het restauratieatelier bleek dat de restauraties zo rommelig en visueel overheersend waren dat ze een goed begrip van het object moeilijk maakten. Er was een geelbruine lijm gebruikt, die die ruim rondom de plekken waar het glas gebroken was te zien was. De scherven sloten slecht op elkaar aan; overal was hoogteverschil tussen de scherven en sommige delen waren verzakt geraakt. Voor het aanvullen van één van de lacunes was gips gebruikt dat met een blauw pigment enigszins op kleur was gebracht. Andere lacunes waren aangevuld met kleurloze was, waarschijnlijk de eerder genoemde parafine, die inmiddels zijn vorm en hechting grotendeels was kwijtgeraakt. Er waren daarnaast veel vragen en onduidelijkheden. Hoorden alle scherven wel bij dit object? Sommige leken een andere kleur te hebben en niet op andere scherven aan te sluiten. Ook de decoratie liep op verschillende plekken niet goed door. En wat was die bobbel in de hals?
Na testen met verschillende oplosmiddelen bleek de lijm het beste op te lossen in aceton. Het object werd ontmanteld door de lijm hiermee zacht te maken en daarna mechanisch met een scalpel van de breukvlakken en het oppervlak te verwijderen. Ook de vullingen konden gemakkelijk mechanisch worden weggenomen. Het amfoortje bleek te bestaan uit 35 scherven. Voor eventueel verder onderzoek zijn monsters bewaard van de verwijderde restauratiematerialen.

Al tijdens het ontmantelen kwamen interessante dingen aan het licht: in het amfoortje bleek een klein opgerold papiertje te zitten met daarop de woorden: “Aus Galaxidi” (fig.2). De Duitse tekst wijst er mogelijk op dat het papiertje stamt uit de tijd dat het nog tot de collectie Wolters behoorde, de eerst bekende eigenaar. Ook waren aan de binnenzijde kleine fragmentjes papier aanwezig met daarop Griekse tekens, waarschijnlijk onderdeel van een krant die tijdens het restaureren als hulpmiddel werd gebruikt. Dit gebruik van Griekse kranten zien we vaker bij gerestaureerde objecten in onze collectie en wijst erop dat het amfoortje al in Griekenland is gerestaureerd. Aan de binnenzijde waren ook goed restanten te zien van de kern die gebruikt was voor de productie van het vaasje. Dit kernresidu heeft de typische roodbruine kleur van de roodbakkende klei die gebruikt werd als kernmateriaal van de archaïsche tot hellenistische periode in Griekenland.
Nadat alle scherven waren schoongemaakt kon het amfoortje weer opnieuw worden gelijmd, ditmaal met Paraloid B72, een lijm die reversibel is en ook goed tegen veroudering is bestand. Hierbij bleek dat meerdere scherven op een geheel andere plaats in het object thuishoorden. Zo is te zien dat de lacune na het lijmen kleiner is dan voor restauratie (fig. 1). Die scherf was eerst willekeurig in een andere lacune geplakt. Ook een kleine scherf, die veel lichter van kleur was dan omringende scherven, blijkt wel origineel. De lichte kleur kan worden verklaard omdat aan de achterkant een beschadiging is waardoor het donkere residu van de kern op die plaats ontbreekt. Verder lijken de breuken te zijn ontstaan door een harde tik onder de buik van de amfoor. Op deze plaats zijn de scherven versplinterd en is een impactpunt te zien. Dit is schade die bij uitstek bij de opgraving heeft kunnen ontstaan. De breukvlakken van de scherven zijn namelijk niet verweerd door lange aanwezigheid in de grond. De bobbel in de hals bleek geen rare oude restauratie maar is al tijdens het productieproces ontstaan.
Door het amfoortje te ontdoen van oude restauraties is de leesbaarheid van het object sterk verbeterd en konden veel vragen worden beantwoord. De restauratie is nog niet afgerond: eerst zal het amfoortje nog een plek krijgen in de tentoonstelling, maar nu met een blik op de binnenkant van het glas. Het residu van de kern in de typerende roodbruine tint en het papiertje met de mogelijke indicatie van de vindplaats illustreren zo prachtig het verhaal over techniek en herkomst van glas.
1 reactie
wat super interessant. Dank hiervoor. Had van mij nog uitgebreider kunnen worden omschreven.. Heel leuk.