Het huwelijk van Jacob Cats

Toen ik door toeval drie exemplaren van Hovwelyck (Houwelyck, Hovwelick) van Jacob Cats uit 1625 onder ogen kreeg, leek het mij een leuke gelegenheid om aan de hand van dit drietal te laten zien dat exemplaren van 17e eeuwse uitgaven onderling vaak kleine en grotere (zetsel)verschillen hebben.

Niet zelden bracht de drukker tijdens het drukproces van één editie nog veranderingen aan. Wanneer is er sprake van verschillende edities die ieder een eigen beschrijving in de catalogus dienen te hebben?

Hovwelyck (of huwelijk) geeft een goede inkijk in hoe men in de 17e eeuw tegen het huwelijk aankeek. Cats behandelt in zes hoofdstukken de levensloop en het daarbij horende gedrag van de vrouw in alle stadia van haar leven: maagd, vrijster, bruid, (huis)vrouw, moeder en weduwe. Het boek is een stichtelijk relaas in dichtvorm maar toegankelijk voor een groter publiek. Het was een populair boek waarvan volgens de uitgever 50.000 exemplaren zijn verkocht.

Illustratie 1: titelprent C (KW B 302)

De UB Groningen heeft drie exemplaren uit 1625 die in eerste instantie aan één titelbeschrijving in de catalogus waren gekoppeld.

  • ‘EP‘EP E 205 2 (hierna genoemd A)
  • ‘EP‘EP E- 14 (hierna genoemd B)
  • KW B 302 (hierna genoemd C)

Ik wilde uitzoeken of deze drie boeken terecht onder één beschrijving waren gevangen. Eerst vergeleek ik A en B met elkaar. Beide uitgaven hebben naast een typografisch titelblad ook een gegraveerd titelblad (ofwel titelprent of frontispice), anders dan C, dat alleen een titelprent heeft. Het komt vaak voor dat boeken uit de 16e tot de 19e eeuw naast een ‘normaal’ (typografisch) titelblad ook een aparte titelprent hebben, doorgaans een mooie gravure die betrekking heeft op de inhoud van het boek. Sommige boeken, zoals C, hebben alleen een titelprent. Je kunt dan de titel ontlenen aan de titelprent, of de titel wordt overgenomen van een identiek exemplaar dat wel een titelblad heeft. Een goede bron om hiernaar te kijken is de Short Title Catalogue Netherlands (STCN). Het exemplaar van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag met signatuur 477 C 33 (dat is gedigitaliseerd) is hetzelfde als onze C.

Illustratie 2: titelblad A (‘EPæEP E 205 2)
IIlustratie 3: titelblad B (‘EP‘EP E- 14)

Ik zie al snel dat de titelbladen van A en B van elkaar afwijken. De titel en ondertitel van A bevatten geen punt, terwijl de titel en ondertitel uit B eindigen met een punt. Verder geeft A de woorden “gantsche” en “Echten-Staets”, terwijl B de woorden “gansche” en “Echten staets” geeft.

Ook in het impressum staan een paar typografische verschillen: “Boeck-drucker” versus “Bouck-drucker”, “hoeck van de” versus “houck vande”, “Iaren” versus “Jaren”, en het woord “nieuwe” staat in A geheel op de volgende regel.

Wat het vergelijken extra lastig maakt (en ook dat komt vaker voor bij oude drukken) is dat de katernen waaruit het boek bestaat, niet altijd in dezelfde volgorde in een band zijn gebonden door de binder. Dit staat natuurlijk los van het drukproces. Zo is het titelblad van het derde deel (bruyt) in A na de voorreden geplaatst, is de titelprent van B tussen de voorreden geplaatst, bevat A een portret, en is het stukje “Aende bruylofs-gasten” in B in het begin van het vierde deel (vrouwe) geplaatst, terwijl dit stukje in A achter het vijfde deel (moeder) is geplaatst.

Dit is echter nog niet zo heel spannend, want het gaat hier slechts om twee verschillende titeluitgaven. Waarschijnlijk is een van beide boeken later gedrukt; de drukker heeft een nieuw titelblad gemaakt, maar gebruik gemaakt van nog liggende katernen en deze achter het nieuwe titelblad geplaatst. De binder heeft de volgorde van de katernen vervolgens anders gebonden. En dat er in het ene exemplaar een portret is meegebonden en in het andere niet, is nog geen reden om een nieuwe beschrijving te maken. Deze verschillen kunnen we op exemplaarniveau verantwoorden.

Na deze onderlinge vergelijking van A en B heb ik ook gekeken naar het exemplaar C. Dit leverde wel een wezenlijk verschil op met beide andere exemplaren. Zoals eerder genoemd ontbreekt in ons exemplaar het titelblad, maar bevat het wel een titelprent. Deze titelprent is identiek aan die van beide andere exemplaren. Autopsie van exemplaar C levert echter in de hoofdtekst een verschil op: woorden zijn anders gezet en er zijn kleine verschillen in spelling en interpunctie.

Illustratie 4: p. 25 in C
Illustratie 5: p. 25 in A (en B)

Bijvoorbeeld in het eerste deel (maeght) op pagina 25, tweede kolom, derde regel van onderen staat in C het woord “brenght”, terwijl in beide andere exemplaren het woord “brengt” staat. Ook zien we kleine andere verschillen. Om deze verschillende zetsels goed van elkaar te onderscheiden wordt bij oude drukken gebruik gemaakt van de zogenaamde vingerafdruk.

Echter vanaf het derde hoofdwerk is er geen verschil meer tussen de drie exemplaren. Blijkbaar heeft de drukker een mengvorm toegepast. Mogelijk had hij nog voldoende katernen liggen vanaf het derde werk, maar heeft hij het eerste en tweede werk moeten bijdrukken. Omdat beide eerste werken een ander zetsel hebben kun je wel spreken van een andere editie.

Mijn conclusie: onze exemplaren A en B zijn identiek, hoewel de titelbladen van elkaar afwijken en de katernen verschillend zijn gebonden. Hier is sprake van twee titeluitgaven. De verschillen worden op exemplaarniveau verantwoord. Ons exemplaar C heeft een ander zetsel in de eerste gedeelten en is dus een andere editie. Voor dit exemplaar heb ik daarom een nieuwe titelbeschrijving gemaakt voorzien van de vingerafdruk.

Waar ik eerst dacht dat we te maken hadden met drie dezelfde uitgaven, bleek na mijn speurwerk dat we in ieder geval twee verschillende uitgaven bezitten en dat bij de uitgave waar we twee exemplaren van hebben, er toch verschillen zijn in het titelblad en de katernen verschillend zijn ingebonden. Dit soort voorbeelden komen bij uitgaven uit die tijd veel vaker voor. Aangezien de UB Groningen van veel oude drukken uit de 17e en 18e eeuw meerdere exemplaren heeft, staat mij nog een dankbare taak te wachten.

De titels zijn te vinden in onze catalogus onder ’EP’EP E 205 2 en EP’EP E- 14 of KW B 302 en kunnen na aanvraag worden bekeken in de onderzoekszaal Bijzondere Collecties.

Deel dit

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.