Enkele vrouwen in een Leids universitaire context 1610-1617

Tussen 1610 en 1617 verschenen er in Leiden gravures met voorstellingen van een tuin, een anatomisch theater, een bibliotheek en een schermschool. Dit waren vier instellingen die onder het beheer vielen van de Leidse universiteit. Ze werden gegraveerd door Willem van Swanenburgh naar ontwerp van de schilder Jan Cornelisz. van ’t Woudt. De uitgever van de prenten was de boekdrukker Andreas Hendrikz. Cloucq.

De tuin van de Leidse universiteit. Gravure, Jan Cornelisz. van ’t Woudt delin., Andreas Hendrikz. Cloucq divulg., 1610. [RPKA RP-P-1893-A-18089]
De Leidse anatomie. Gravure, Jan Cornelisz. van ’t Woudt deliniavit, W. Swanenburg sculp. Anno 1610, Andreas Hendrikz. Cloucq divulgavit. [RPKA RP-P-1893-A-18090]
De Leidse bibliotheek. Gravure, Jan Cornelisz. van ’t Woudt deliniavit, Andreas Hendrikz. Cloucq Bibliopol. Divulgavit, 1610. [RPKA RP-P-1893-A-18092]
De schermschool van Leiden en van de universiteit. Gravure, Jan Cornelisz. van ’t Woudt deliniavit, Andreas Hendrikz. Cloucq divulgavit, ongedat. [RPKA RP-P-1893-A-18091]
Vrouw met man in de tuin (detail links van het midden). [UBL COLLBN port 315-III 42]

De vier gravures hangen nauw samen met de opkomst van kaarten en beschrijvingen van steden rond het Twaalfjarig Bestand. In deze vier ruimtes zijn verzamelingen en figuren te zien, die met elkaar in interactie zijn. Op de prent van de tuin en van het theater bevinden zich op de voorgrond enkele rijk geklede vrouwen in gezelschap van een man. De aanwezigheid van de vrouwen op de prenten is bijzonder omdat zij niet mochten worden ingeschreven als student. De vraag is hoe wij de voorgestelde vrouwen kunnen interpreteren en waarom zij juist op deze twee specifieke prenten uit de serie zijn afgebeeld.

Vrouw bekijkt de huid van een mens in het theater (detail rechts op een ingekleurde gravure van het theater in Toonneel der steden van de Vereenighde Nederlanden, Met hare Beschrijvingen (2 dln.) door Joan Blaeu). [SMA A.0145(049) [nr 0001]

Hun aanwezigheid in de tuin en het theater kan worden verklaard omdat de tuin en het theater in beginsel de meest publiek toegankelijke instellingen waren van de vier. Daarnaast is er een aantoonbaar verband met kaarten of stadspanorama’s. In het algemeen zien we vrouwen en mannen vaak op de voorgrond van kaarten zoals bijvoorbeeld in de stedenatlassen van de befaamde kaartenmakers Hogenberg en Braun. Steden en hun bewoners werden in de periode 1572-1617 door Braun en Hogenberg bijeengebracht in de stedenatlas getiteld Civitates Orbis Terrarum. De luxe atlas, op vele platen ingekleurd met fraaie tinten groen en blauw, weerspiegelde de enorme aandacht voor steden in deze tijd. Het werk bestond uit maar liefst zes dikke delen van groot formaat. De stadsplattegronden, profielen en stadsgezichten werden in aantrekkelijke rode schakeringen in vele variaties afgebeeld en gereconstrueerd door middel van vogelvluchtperspectief, vooraanzichten of vrije mengvormen hiervan. Op veel voorstellingen werden figuren toegevoegd, vaak op de voorgrond. Deze figuren, mannen en vrouwen, toonden activiteiten en kledij die typerend waren voor de desbetreffende streek of stad. Ze droegen in hoge mate bij aan de beeldvorming van de stad.

Vrouw met spiegel in het theater (detail links van het midden op een ingekleurde gravure van het theater in Toonneel der steden van de Vereenighde Nederlanden, Met hare Beschrijvingen (2 dln.) door Joan Blaeu). [SMA A.0145(049) [nr. 0001]

De vrouwen in het theater fungeren daarbij ook als voorbeeld van goed gedrag. Vrouwen met spiegels, als de personificatie van Vanitas, fungeren in de prentkunst vaak als een waarschuwing tegen ijdelheid. De vrouw die een menselijke huid bestudeert, die aan haar wordt getoond als een lap stof, verwijst, net als de vele teksten op de vaantjes in het theater, naar de vergankelijkheid van de mens.

De vrouwen op de prenten weerspiegelen ook de economische rol van vrouwen in de stedelijke samenleving. Gezien hun werk in de geneeskunde lijkt hun aanwezigheid op de twee prenten heel aannemelijk. Er zijn voorbeelden van vrouwen bekend die in de apotheek van hun echtgenoot werkzaam waren of van vroedvrouwen die belangrijk werk verrichtten in de stad. Daarnaast is er sprake van meestersen, dit waren vrouwen die geneeskundige handelingen uitvoerden, een beroep dat verwant is aan dat van de chirurgijn. Soms vervullen zij zelf de rol van chirurgijn. Ter gelegenheid van de anatomische secties in het theater leverden ook vrouwen betaalde diensten, zoals het wassen van linnen en levering van water en vuur. Bovendien zijn vrouwen uit verschillende milieus in de zeventiende eeuw actief in de botanie. Denk hierbij aan vrouwen met een hof- of stadstuin en hun activiteiten als tuinieren, tuininrichting en verwante zaken als het bijhouden van een huisapotheek met geneeskundige kruiden en planten.

De voorstellingen van de vrouwen op de prenten van de tuin en het theater zijn, zoals we zien, in geen geval eenduidig. Door de flexibiliteit en duurzaamheid van gedrukte werken veranderde hun context en betekenis. Wat Woudanus oorspronkelijk voor ogen had bij zijn ontwerp blijft de vraag, maar mogelijk speelt hij hier in op de flexibele eigenschap van prenten, waardoor verschillende van de hier genoemde interpretaties mogelijk zijn. Dit maakte de voorstellingen aantrekkelijk voor een brede doelgroep. In ieder geval plaatst hij in de tuin en het theater van de Leidse universiteit de vrouw op de voorgrond.

Maris, C. van, Vermeerderd en verrijkt. De eerste gravures van de Leidse universiteit naar Jan Cornelisz. van ’t Woudt beschouwd vanuit een stedelijke context 1609-1716, z.p., z.u., 2024. [proefschrift]

Deel dit

1 reactie

  1. Joep Van Gennip op zegt:

    Wat een mooie en lezenswaardige bijdrage! Leuk hoe verschillende onderdelen met elkaar worden verbonden in zo’n microgeschiedenis.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *