Anatomische modellen van papier-maché

Rijksmuseum Boerhaave heeft een collectie anatomische modellen van Louis Auzoux (1797-1880) die toonaangevend in de wereld is. Deze circa 70 modellen zijn gemaakt van papier-maché en weerspiegelen de ontwikkeling van medisch-biologische voorlichting en educatie in de negentiende eeuw.

Het begin

Rond 1809 begon de Fransman Jean-François Ameline te experimenteren met het gebruik van papier-maché voor modellen van het menselijk lichaam. Tot die tijd gebruikte men (bijen)was om anatomische modellen te vervaardigen. Een nadeel van wasmodellen is dat ze erg kwetsbaar zijn. Bij hoge temperaturen worden ze zacht en verliezen ze hun vorm. Het belangrijkste voordeel van papier-maché is dat het in opgedroogde vorm hard is en nauwelijks temperatuurgevoelig. Daarnaast kan een papier-machémodel uit verschillende, losse onderdelen worden opgebouwd. In een demonstratie kunnen die één voor één uit elkaar worden gehaald, als in een echte ontleding.

Ameline vormde zijn modellen op basis van een natuurlijk skelet, waarbij de botten bij elkaar werden gehouden door gedroogde ligamenten (pezen). Hij verving de verschillende lagen spieren en organen door papier-maché. Na een tijdje verrotten de ligamenten echter, waardoor zijn modellen begonnen in te zakken en de juiste verhoudingen verloren. Jaren later verfijnde en verbeterde een jongere landgenoot het proces van modelleren met papier-maché. Zijn naam was Louis Thomas Jérome Auzoux.

Louis Auzoux

Louis Auzoux studeerde geneeskunde in Parijs. Na zijn afstuderen in 1818 werd hij benoemd tot lid van de chirurgische afdeling van het Hôtel-Dieu, waar het nijpende tekort aan anatomisch materiaal hem op het idee bracht om anatomische modellen te gaan maken. Deze modellen moesten het echte materiaal kunnen vervangen en geïnspireerd door Parijse poppenspelers besloot Auzoux te experimenteren met papier-maché. In 1822 presenteerde hij een levensgroot model van het menselijk bekken aan de Académie Royale de Médicine. Het model blonk uit in detail: de spieren, bloedvaten, zenuwen en ligamenten werden met grote precisie weergegeven.

Vanaf 1825 kreeg Auzoux veel overheidsopdrachten om modellen voor educatieve doeleinden te maken. Ook vanuit het buitenland stroomden de bestellingen binnen. Om aan de groeiende vraag te kunnen voldoen, richtte hij in 1828 een fabriek op in zijn geboorteplaats Saint Aubin d’Ecrosville, waar hij zijn collectie modellen op grote schaal vervaardigde. Op het plaatselijke festival stroomden jaarlijks jong en oud samen om de demonstraties te zien van zijn anatomische modellen.

De zaken gingen zo goed dat Auzoux in juni 1833 een winkel opende in Parijs aan Rue du Poan. Ook breidde hij zijn assortiment uit met modellen van organen op vergrote schaal, bijvoorbeeld van het oor, oog en hart. Uit die tijd stamt ook de serie modellen van de verschillende stadia van een menselijke zwangerschap die in het museum getoond worden.

Oog voor detail

Een opvallende eigenschap van de Auzoux-modellen is de gedetailleerde buitenkant. In de fabriek van Auzoux was een speciale ruimte ingericht voor de decoratie. Vooral op de zoölogische modellen zijn de felle kleuren en de tot in detail geschilderde structuren nog te zien. Ook zijn er andere materialen gebruikt om de modellen een zo realistisch mogelijk uiterlijk te geven. Glas werd gekozen voor doorschijnende objecten zoals oogbollen en perkament werd vaak gebruikt voor semi-transparante structuren zoals membranen. Vlas werd gebruikt als vulmateriaal voor de aanmaak van aders, zenuwen en lichaamsdelen van insecten. En voor het versterken en gladmaken van de oppervlaktelaag van het model gebruikte men gips. Zo ontstaat er een perfecte ondergrond voor de verf.

Maar niet alleen het uiterlijk was indrukwekkend. Auzoux bedacht ook een ingenieus principe van haakjes en ogen die de onderdelen van het model met elkaar verbonden. En waar nodig bracht hij voor de stevigheid pen-gat verbindingen aan. Deze eenvoudige, maar doeltreffende toevoegingen maakten het mogelijk om de modellen uit elkaar te halen. Ook plaatste hij etiketten met anatomische terminologie en tekens op onderdelen van zijn modellen. De tekens, in de vorm van wijzende handen, geven de verbindingen aan van verschillende onderdelen en hoe ze na demontage weer teruggeplaatst moeten worden.

Inwendige technieken

Ook de technieken voor de inwendige ondersteuning van Auzoux-modellen zijn opmerkelijk. Auzoux begon met het gebruik van ijzeren staven als kunstmatig skelet. Dit frame gaf kracht en stabiliteit aan de objecten, zoals een normaal skelet zou doen. Röntgenfoto’s laten zien dat de ijzeren onderdelen strategisch zijn geplaatst waar de behoefte aan ondersteuning het grootst is. Voor de ondersteuning van meer delicate structuren, zoals aders of spieren, gebruikte Auzoux ijzerdraden.

De grijze pulp van de papier-maché vormde het grootste deel van het model. Aan die pulp werd een vulmiddel toegevoegd met korrelvormige deeltjes en korte vezels. Deze geheime samenstelling droeg bij aan de stevigheid van de modellen. Het lukte Auzoux om gestandaardiseerde mallen toe te passen bij de productie van zijn modellen, wat hem een enorme voorsprong gaf.

In eerste instantie gebruikte hij de productie van een holle korst, zoals onder meer te zien is bij het oor en de spijsverteringsstelsels van Auzoux. Deze mallen, van gips of antimoon, zijn gegoten naar een origineel model van papier-maché. Twee gescheiden helften worden met de open kant naar boven op een tafel gelegd en vervolgens binnenin bedekt met dunne laagjes papier. Als ze droog zijn, worden ze uit hun mallen gehaald en aan elkaar gelijmd om zo een volledig en lichtgewicht anatomisch model te vormen. Tot slot wordt een dunne laag papier-maché aangebracht om de naad te verbergen.

Later vond Auzoux een andere techniek uit voor het vervaardigen van solide onderdelen. De beste voorbeelden zijn de gehele menselijke modellen waarbij de benen, in tegenstelling tot de romp, van massief papier-maché zijn. Hiervoor moest er veel druk op de papierpulp worden uitgeoefend om deze tot een samenhangend geheel te persen. Auzoux maakte deze mallen van antimoon omdat die de druk van de pers konden weerstaan. Antimoon is een makkelijk te bewerken metaal en was een bekend materiaal voor het gieten van drukletters.

Herkomst

Het grootste deel van de Auzoux-collectie in Rijksmuseum Boerhaave komt uit het zoölogisch laboratorium van de Universiteit van Leiden. De modellen werden daar gebruikt voor biologiecolleges over vergelijkende anatomie. Daarnaast zijn er modellen aangekocht op veilingen. En recent is nog een imposant, levensgroot model van een gorilla aan de collectie toegevoegd.

Deel dit

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.