Meester in Variatie: Bernard Reith in al zijn schakeringen

Openingsbanner expositie Meester in variatie. Het werk van Bernard Reith in al zijn schakeringen.

Aan het werk kent men de meester

Artistiek meesterschap bestaat in allerlei vormen. Soms komt het tot uitdrukking in één groots meesterwerk, soms in een heel oeuvre met een herkenbare eigen stijl.

Kenmerkend voor het meesterschap van illustrator Bernard Reith (1894-1974) is de beheersing van een breed scala aan stijlen, genres en artistieke media. Van strips in kindertijdschrift OKKI tot illustraties bij Psyche en Fidessa van Louis Couperus – monumenten uit de Nederlandse literatuurgeschiedenis.

Zijn vermogen om verhalen tot leven te brengen en de verbeelding van lezers aan te spreken, heeft zijn werk geliefd gemaakt. Gedurende zijn loopbaan heeft Reith duizenden illustraties vervaardigd, voornamelijk in opdracht van uitgeverij Rooms-Katholiek Jongensweeshuis uit Tilburg en voor het weekblad de Katholieke Illustratie.

In de Bijzondere Collecties van de Universiteit Maastricht (UM) bevindt zich de privébibliotheek van Bernard Reith met meer dan duizend geïllustreerde, geschreven en verzamelde werken over tekenen en kunstgeschiedenis, waaronder een omvangrijke verzameling boeken uit de Golden Age of Illustration. Unieke werken uit de Bijzondere Collecties en uit het archief van de familie Reith zijn momenteel te zien op de Reith-tentoonstelling in het bestuursgebouw van de UM.

Leraar en onderzoeker

Naast illustrator was Reith werkzaam als docent tekenen en kunstgeschiedenis in het middelbaar onderwijs. Reith, die als kind al groot talent voor tekenen had, ambieerde een loopbaan als kunstenaar. Dit werd hem thuis echter sterk ontraden. Hij koos voor de zekerheid van een carrière in het onderwijs.

Na het behalen van zijn lesbevoegdheid werd hij in 1915 docent aan de “gemeentelijke teekenschool” in Eindhoven. Vanaf 1917 werkte hij voor de Rijks HBS in Winterswijk. Het grootste deel van zijn onderwijsloopbaan was Reith echter verbonden aan het Sint Ignatius College in Amsterdam, waar hij van 1921 tot zijn pensionering in 1959 zou doceren.

Reith, B. (1921-1959). Kopie verlucht liturgisch boek. Reith deed onderzoek naar verluchte liturgische boeken waarvan hij delen nauwgezet in zijn schriften kopieerde.

Kenmerkend voor Reiths stijl van lesgeven zijn de kunsthistorische traktaten die leerlingen secuur moesten overnemen en voorzien van uitgeknipte plaatjes. De nauwkeurigheid die Reith van zijn leerlingen verwachtte, legde hij zelf ook aan de dag.

Reith maakte bijvoorbeeld tijdens verschillende binnen- en buitenlandse reizen nauwkeurige aantekeningen die hij voorzag van al even nauwkeurige tekeningen en plattegronden. Hij had een duidelijke voorliefde voor religieuze architectuur en beschreef en tekende ruim driehonderd kerken, kloosters en kapellen. De kennis die hij opdeed gebruikte hij onder andere voor publicaties over de geschiedenis van kerkbouw en de antieke tijd. Daarnaast deed hij onderzoek naar verluchte liturgische boeken waarvan hij delen nauwgezet in zijn schriften kopieerde.

Striptekenaar

Reith, B. (1946-1954). Monki. Haarlem: Uitgeverij De Spaarnestad.
De bekendste strip van Bernard Reith was Monki. Vanaf 1946 werden de Monkistrips in boekvorm uitgegeven bij uitgeverij De Spaarnestad. Voorbeelden hiervan zijn Monki op Bali, Monki met Popeye op de oceaan en Monki komt thuis.

OKKI (Onze Kleine Katholieke Illustratie) was de jeugdbijlage van de Katholieke Illustratie waarin in 1936 voor het eerst Reiths populaire strip Monki verscheen. De strip zou van 1942 tot 1950 zelfs wekelijks verschijnen in de Katholieke Illustratie en is daarna door uitgeverij Spaarnestad in boekvorm uitgegeven. Reith maakte de tekeningen, maar schreef ook – op rijm – de teksten

De strip verhaalt over de aap Monki die zijn gezin verlaat om de wereld over te reizen. Hij bezoekt alle werelddelen om in de laatste episode terug naar Afrika te gaan. Omdat Reith wetenswaardigheden over de door Monki bezochte werelddelen in zijn teksten verwerkte, was de strip niet alleen populair bij kinderen maar ook bij volwassenen.

Eén van de terugkerende karakters in Monki is Popeye. Dit populaire stripfiguur werd in 1929 bedacht door de Amerikaanse striptekenaar Elzie Crisler Segar. Reith tekende hem feilloos na. Hij was niet de enige. Popeye werd in de jaren dertig en veertig veelvuldig door striptekenaars gekopieerd – meestal zonder instemming van Segar.

Verzamelaar en bibliofiel

In de Bijzondere Collecties van de Universiteit Maastricht bevindt zich de privébibliotheek van Reith met tegen de duizend werken over kunstgeschiedenis en tekenen. Een unieke deelcollectie bestaat uit 56 rijk geïllustreerde boeken uit de zogenaamde Golden Age of Illustration, die plaatsvond tussen 1880 en 1930. Deze boeken met mythes, legendes en sprookjes zijn geïllustreerd door kunstenaars als Arthur Rackham, Edmund Dulac, Kay Nielsen en Willy Pogany.

Reith omringde zich graag met kunst en bouwde in de loop der jaren een waardevolle kunstcollectie op. Zo verwierf hij werken van vertegenwoordigers van de Bergense School, waaronder Matthieu Wiegman, Leo Gestel en Jan Sluijters. Aan deze schilders wijdde hij ook verschillende columns in de Katholieke Illustratie. De Bergense School is een stroming in de Nederlandse schilderkunst die in het Noord-Hollandse kunstenaarsdorp Bergen ontstond tussen 1915 en 1925 en wordt gekenmerkt door een expressionistische stijl met kubistische invloeden. Na het overlijden van Bernard is zijn Bergense School-verzameling naar het Stedelijk Museum in Alkmaar gegaan.

In de tijd dat Bernard Reith aan het Sint Ignatius College van de Jezuïeten doceerde, legde hij bovendien een grote boekenverzameling aan. Na zijn dood liet hij deze collectie van ruim duizend boeken na aan het college. Naast academische werken over kunstgeschiedenis, kunstbeschouwing en tekentechnieken omvat de collectie een groot aantal rijk geïllustreerde sprookjesboeken die hem ongetwijfeld hebben geïnspireerd bij zijn werk als illustrator van sprookjes en volksverhalen.

Begin jaren 2000 werd Reiths handbibliotheek overgedragen aan de Universiteit Maastricht als aanvulling op de Jezuïetencollectie. Nu maakt zij onderdeel uit van de Bijzondere Collecties van de universiteit.

Verbeelder van Psyche en Fidessa

Couperus, L. (1927). Weelde-uitgave Psyche, 8ste druk. Amsterdam: L.J. Veen.
Louis Couperus was al enkele jaren overleden toen de door Reith geïllustreerde versie van Psyche in 1927 werd gepubliceerd. Van deze Weelde-uitgave werden verschillende edities gemaakt.

Op eerste kerstdag 1917 schreef de beroemde schrijver Louis Couperus een brief aan zijn uitgever Lambertus Veen. Een zekere Bernard Reith, tekenleraar uit Winterswijk, had een reeks tekeningen voor het sprookje Psyche gemaakt die Couperus “bizonder mooi” vond. Reith was toen pas 23 jaar oud en nog geen illustrator van naam en faam. Toch drong Couperus er bij zijn uitgever op aan de tekeningen te gebruiken voor “een prachtuitgave in Engelschen stijl”.

Reith kwam op Couperus “zeer praktisch” over. Bovendien schatte hij in dat de jonge illustrator “geen hooge eischen” zou stellen. “Praat eens met hem en zie eens wat ge samen doen kunt”, luidde het advies. Veen kocht de tekeningen, maar tot een prachtuitgave kwam het niet. De Eerste Wereldoorlog maakte papier schaars en de afzetmarkt klein. Pas in 1927 zou de zoon en opvolger van Lambertus Veen een door Reith geïllustreerde versie van Psyche uitgeven. Een door Bernard Reith geïllustreerde uitgave van Fidessa kwam er zelfs pas in 2014, terwijl hij de tekeningen hiervoor al in 1918 had gemaakt.

Verschillende kunstenaars, onder wie Jan Toorop, illustreerden Psyche en Fidessa. Maar volgens hoogleraar illustratie Saskia de Bodt benaderde Reith van alle illustratoren misschien wel het meest “het wezen van Couperus”.

De expositie toont een selectie van het veelzijdige werk van Bernard Reith in al zijn schakeringen en is tot half juni 2024 te zien in het bestuursgebouw van de UM (Minderbroedersberg 4-6).

Deel dit

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *