Een tot nu toe onbekend biechtboek van de jezuïeten in Japanse taal en schrift (ca. 1595)

Het is altijd spannend om ontdekkingen te doen in bibliotheken die vroeg materiaal in de collectie hebben.

Een gedrukt boek in de Universiteitsbibliotheek Utrecht, dat slechts een vermelding kreeg in een catalogus van de UB uit 1754  en sinds die tijd niet gecatalogiseerd was, is herontdekt. Het blijkt een uniek exemplaar te zijn van een Japans biechtboek, dat nieuw licht werpt op de eerste tien jaar van het drukwezen van de jezuïten in Japan.

De Jesuit Mission Press in Japan

De komst van een drukpers uit Europa in 1590 stelde de jezuïeten eindelijk in staat om alles te drukken wat nodig was voor hun missiewerkzaamheden. Ieder van de ongeveer dertig verschillende titels die vandaag de dag nog bestaan, wordt gezien als een bibliografische zeldzaamheid. Van slechts een paar van deze zogenaamde kirishitan-ban zijn meer dan drie exemplaren bewaard gebleven, en van de helft daarvan is nog maar één exemplaar over. Velen zijn gedetailleerd beschreven door Ernst Satow in zijn baanbrekende boek uit 1888 The Jesuit Mission Press in Japan, en een aantal verdere drukken kon gelokaliseerd worden tijdens een reeks ontdekkingen die zich uitstrekte tot halverwege de twintigste eeuw. Na die tijd was het bijna niet mogelijk om de lijst van bestaande kirishitan-ban aan te vullen. De enige druk die niet al beschreven staat in de derde editie uit 1957 van Johannes Laures’ Kirishitan Bunko is de Compendium manualis Navarri (1597), ontdekt in 1985. Alle andere vondsten van de laatste decennia betroffen exemplaren van reeds bekende titels. Of soms doken bekende drukken op waarvan de vindplaats gedurende de laatste honderd jaar onbekend was geworden. Bijvoorbeeld Fidesno quiǒ (1611) kwam alleen beschikbaar voor wetenschappelijke bestudering na de herontdekking in 2009. In dit licht bezien is het niet verwonderlijk dat de ontdekking, of liever de identificatie, van een tot nu toe onbekende druk van de jezuïeten uit Japan een belangwekkende gebeurtenis is in de wereldwijde geschiedenis van het boek.

Deel van de appendix

Het onlangs geïdentificeerde biechtboek in Utrecht

Het meest recente geval van een dergelijke nieuwe identificatie vond plaats in begin november 2021, toen de auteur van dit artikel stuitte op het volgende lemma in Auctarium catalogi bibliothecæ Trajectino-Batavæ (1754; p. 30):

“Compendium Christianæ Doctrinæ, lingua & charactere Japonico, ex Christian. Ravii donatione.”

[Een compendium van de christelijke doctrine in Japanse taal en schrift, een schenking van Christian Raue.]

Een poging om meer te weten te komen over deze veelbelovende informatie leidde als snel naar een recente publicatie van Bart Jaski, conservator handschriften en bijzondere drukken bij de Universiteitsbibliotheek Utrecht, waarin een voetnoot vermeldde dat “Ravius ook schonk V oct 853 rar, een compendium van de christelijke doctrine, gedrukt in Japan, die Reland bestudeerde aangezien hij de titel in het Latijn toevoegde’ Jaski 2021: 322, n. 5). Na een korte emailwisseling maakten verschillende foto’s van het boek duidelijk dat V oct 852 rar bestaat uit een biechtboek in het Japans en in Japans schrift dat door jezuïeten in Japan gedrukt werd tegen het einde van de zestiende eeuw.

De eerste gedrukte pagina correspondeert met de eerste gedrukte pagina in nog zo’n biechtboek, gedrukt in 1598, waarvan het enige exemplaar bewaard wordt in de Biblioteca Casanatense in Rome (CCC M.VIII 41). De op die pagina vermelde woorden “Salvator mundi” zijn gemeenzaam bestempeld als de titel van het latere biechtboek. Echter, de volgende pagina die bestaat uit een titelpagina in de latere editie met de eenvoudige Latijnse titel Confessionarium en een plaats en tijd van publicatie is hier leeggelaten. Bovendien, hoewel de hoofdtekst die begint op de volgende bladzijden min of meer hetzelfde is in beide uitgaven, zijn er duidelijk verschillen wat betreft layout, typografie en schriftkeuze. Een voorlopige vergelijking van de twee versies van het biechtboek heeft ongeveer duizend tekstverschillen aan het licht gebracht, waarvan het merendeel echter orthografisch van aard is. Veel woorden uit de editie van 1598  zijn in Chinese tekens ter vervanging van de spelling alleen in het kana,  terwijl het andersom veel minder voorkomt. Ook het toevoegen van diakrieten is doorgaans met zorg gedaan. Inhoudelijke verschillen tussen de beide edities zijn er maar weinig. Los van de grammaticale en stilistische herzieningen, is een van de meest opmerkelijke verbeteringen  het vervangen van de boeddhistische term nyūmetsu ‘het binnengaan van Nirvana; dood (vooral van  Boeddha)’ (fol. 33r, 33v) dat verwijst naar de dood van Jezus door het neutrale en in deze context meer geschikte term shikyo ‘death’ in 1598 (fol. 21v).

De productie van de Jesuit Mission Press in Japan is verdeeld in een vroege en een late periode, wat overeenkomt met ca 1591-1593 en 1598-1611 waar het de uitgaven in Japans schrift betreft. Er zijn verschillende gedrukte uitgaven uit de jaren tussen 1593 en 1598 bewaard gebleven, maar die zijn allemaal in Romeins schrift. Het Utrechtse biechtboek kan tot op zekere hoogte het gat van vijf jaar helpen overbruggen.

Typografie

Wat typografie betreft, hoort het Utrechtse biechtboek duidelijk tot de vroege periode. Het druktype lijkt overeen te komen met de enige twee werken in Japans schrift uit de eerste fase: de Doctrina uit 1591 en het geschrift uit 1593 dat algemeen bekend staat onder de titel On baptism and preparation for death. Het biechtboek bevat dus, naast hiragana, relatief weinig Chinese karakters (minder dan 200 in totaal), geen ligaturen (koppelletters) behalve dan die voor taru en tamō, en ook geen voorbeelden van kana met toegevoegde handakuten (voor lettergrepen die beginnen met p-, bijvoorbeeld in pāteru nōsuteru, ‘het Onzevader’). Deze drie vroege drukken in Japans schrift hebben ook een ander kenmerk gemeenschappelijk, namelijk het ontbreken van een titelpagina en een duidelijke aanduiding van jaar en plaats van publicatie. Hoogstwaarschijnlijk is er geen tekst verloren gegaan, maar waren er helemaal geen pagina’s. Het imprimatur in het Japans aan het einde van de hoofdtekst van het biechtboek (40v, zie beneden) doet denken aan zijn tegenhanger in On baptism uit 1593.

De bovengenoemde kenmerken van het vroegere biechtboek verschillen sterk met die van het latere exemplaar uit 1598, die tot de latere periode behoort wat typografie betreft. Ook heeft de uitgave uit 1598 een titelpagina waarop onder andere jaar en plaats van publicatie worden vermeld. De biechtboeken uit Rome en Utrecht liggen tekstueel heel dicht bij elkaar, maar vertegenwoordigen toch verschillende uitgaven van wat als hetzelfde werk mag worden beschouwd. Uit de jaarlijkse brieven van de jezuïeten was allang bekend dat voor 1598 al biechtboeken werden gedrukt in Japan. Zoals Laures (1957: 57–58) het in zijn beschrijving van het biechtboek uit 1598 al zei: een eerdere druk wordt al genoemd in een brief uit 1595. Het is daarom plausibel en waarschijnlijk dat het Utrechtse exemplaar zo’n vroege uitgave betreft, daterend uit 1595 of misschien wel iets eerder – en wat de exacte datum ook moge zijn, dit exemplaar is het enige bewaard gebleven exemplaar van die vroegere uitgave.

Ongenummerd blad met de woorden ‘Salvator Mundi’

Structuur en inhoud

De gedrukte tekst omvat vijftig dubbele pagina’s van ongeveer 12,8 bij 19 cm (de eerste ongenummerd, de rest genummerd van 1 tot 49) en gevolgd door één onbedrukte blad. De opbouw van het biechtboek is als volgt:

  • 1 onbedrukt blad, waarop de opdracht aan de bibliotheek van Christian Raue op de voorzijde (recto)
  • 1 ongenummerd blad, waarop de woorden “Salvator mundi” en het monogram “IHS” op de voorzijde zijn gedrukt
  • 1-40: de tekst van het biechtboek; fol. 40 v bevat een imprimatur in het Japans waarin staat: “Dit deel is gedrukt met de toestemming van de oversten, na onderzoek.”
  • 41-45: de eerste appendix, een lijst van Chinese karakters, ingedeeld naar  volgorde van verschijnen in de hoofdtekst, met telkens de aanduiding van de paginanummers
  • 46-49; de tweede appendix, lijst van christelijke terminologie zoals gebruikt in de hoofdtekst (typische Latijnse of Portugese leenwoorden, die op praktische iedere pagina voorkomen maar steeds in Japans schrift geschreven)
  • 1 onbedrukt blad, met de handgeschreven handtekening “Joaõ” (en opnieuw “J”) op de voorzijde (recto

De herkomst van het biechtboek

De opdracht door Christian Raue (Ravius, ook Ravis; 1613-1677) is van belang voor de herkomst van het biechtboek en is het daarom waard om volledig geciteerd te worden. De tekst luidt:

Opdracht van Christian Raue

“In nomine DEi. | Codicem hunc Chinensem | impressum | Florentissimæ Bibliothecæ Publicæ | VLTRAIECTINAE | ex suâ | æternæ sui affectus erga hanc | Academiam memo- | riæ | L. M. Q. D. D. D. [= libenter meritoque dat, dicat, dedicat] | Christianus Rauius Berli- | nas. | 15 Jan. 1644.”

 [In de naam van God. Dit gedrukte Chinese boek is met vreugde gegeven, gewijd en als gunst opgedragen  aan de meest bloeiende publieke bibliotheek van Utrecht uit zijn eigen [bibliotheek] als eeuwige herinnering aan zijn genegenheid voor de universiteit hier – Christian Raue van Berlijn. 15 januari 1644].

Toen Raue deze opdracht schreef, was hij hoogleraar Oosterse talen in Utrecht. Van de vele andere werkzaamheden tijdens zijn carrière, zijn twee latere banen vooral interessant: in 1649 werd hij fellow en bibliothecaris aan Magdalen College in Oxford, waarna koningin Christina van Zweden hem tot hoogleraar in de Oosterse talen benoemde aan de universiteit van Uppsala. Later werd hij bibliothecaris van de koninklijke bibliotheek in Stockholm. Nu belandden er toevallig drie van de belangrijkste handschriften van de jezuïten uit Japan in de collectie van Magdalen College (HS. 228) en in die van Christina (nu in het bezit van de Biblioteca Apostolica Vaticana, Reg. lat. 426 and 459), de laatste rond 1650 op zijn hoogst. Toch is hun precieze herkomst nog onzeker. Het feit dat Raue in 1644 eigenaar was van een Japans gedrukt werk biedt de mogelijkheid dat Raue ook op de een of andere manier verwikkeld was in de aankoop van deze handschriften uit Japan, ook al is dat op dit punt slechts speculatie.

Hoewel het onzeker is hoe Raue in het bezit kwam van het biechtboek, en misschien van nog meer werken uit Japan, lijkt het aannemelijk dat hij ze gekocht heeft in Nederland. Het is aantoonbaar dat een groot aantal gedrukte werken van de jezuïeten en een paar handschriften zich in de 17e eeuw al in Nederlandse collecties bevond. Velen daarvan kwamen op enig moment onder de veilinghamer. Tot hun eigenaren behoorden Joseph Scaliger (1540–1609), Reinier Pauw (1564–1636) en zijn zoon Adriaan Pauw (1585–1653), Ernst Brinck (1582–1649), en vooral de Leidse professor Jacobus Golius (1596–1667), bij wie Raue Arabisch had gestudeerd in 1637-38. Hier moet gezegd worden dat John Selden (1584-1654), een van de weinige Engelse eigenaren van drukwerken van de jezuïeten uit Japan destijds, ook een aanhanger van Raue was. Het was Selden die de handschriften en boeken terugkocht die Raue bij een Londense koopman had achtergelaten toen hij naar Zweden vertrok.

De beschrijving door Reland

De titelbeschrijving door Reland

Als we opnieuw kijken naar de tekst van de opdracht zien we dat Raue de taal van het biechtboek ten onrechte als Chinees bestempelde. In tegenstelling tot het biechtboek uit 1598 heeft deze uitgave geen titelpagina in het Latijn die het land van herkomst vermeldt. De situatie verandert door de korte uitleg die na de opdracht komt en die in een ander handschrift is geschreven. Door Jaski (2021: 322, n. 5) is dit handschrift geïdentificeerd als dat van Adriaan Reland (1676-1718). De tekst luidt als volgt:

“Compendium doctrinae | Christianae | lingua et charactere Japonico.”

[Een compendium van de christelijke doctrine in Japanse taal en schrift.]

Het behoeft geen uitleg dat dit perfect matcht met de beschrijving van het biechtboek in de catalogus van 1754. Het is interessant dat de taal van de tekst hier voor de eerste keer correct geïdentificeerd wordt als Japans. De christelijke inhoud, ongeacht de taal van de tekst, kan simpel te achterhalen zijn geweest dankzij de eerste gedrukte pagina met het monogram “IHS” dat duidelijk op de jezuïeten wees. Het kan ook zo zijn dat Reland in staat was tot het ontcijferen van ten minste een paar van de Latijnse en Portugese leenwoorden in de tekst of, wat waarschijnlijker is, in de tweede appendix aan het eind van het boek aangezien ze steeds in hiragana zijn geschreven.

Voorbeelden van Japans schrift waren al sinds de zestiende eeuw bekend in Europa. De eerste Europese druk met hiragana dateert uit 1570, ook al was dit beperkt tot een handvol woorden. Lijsten met hiragana in de vorm van het zogenaamde iroha gedicht verschenen snel daarna, namelijk in de werken van Blaise de Vigenère (1523–1596) en Claude Duret (d. 1611). Andreas Müller (1630-1694) wees aan het eind van de zeventiende eeuw op sommige fouten in deze vroege bronnen. Een ander, wat vollediger, overzicht van de Japanse syllabische lijsten werd verschaft door Engelbert Kaempfer (1651-1716), maar het was pas in 1727, en dus tien jaar na de dood van de auteur en Reland zelf, dat het eindelijk in druk verscheen. Het is zeker dat Reland wist van sommige van deze publicaties, maar wat belangrijker is: Reland zelf was ook in het bezit van sommige drukken en handschriften in en over Japans, waarschijnlijk gedeeltelijk gekocht van werknemers van de VOC. We kunnen bijvoorbeeld uit zijn veilingcatalogus uit 1718 opmaken dat hij in het bezit was geweest van de nieuwere van twee boeken over de Japanse grammatica, geschreven door João Rodriguez (ca. 1561–1633), gedrukt in Macao in 1620:  the Arte breve da lingoa Iapoa. Op fol. 7r-v biedt het een overzicht van hiragana, samen met transcripties in het Latijnse alfabet. (Nadat het ten minste twee keer verkocht was in de achttiende eeuw vond Relands exemplaar van de Arte Breve uiteindelijk een onderkomen in de  Biblioteca Nacional da Ajuda, signatuur 50-XI-3.) Een handschrift blijkbaar uit Relands collectie (Staatsbibliothek zu Berlin, Ms. or. fol. 429; Jaski 2021: 443, A fol 42) bevat ook een verslag over zowel hiragana als katakana. Hij kan dus simpelweg het boekje vergeleken hebben met de Japanse (en ook Chinese) werken die hij tot zijn beschikking had om het schrift en de taal van het biechtboek correct te herkennen.

Fragment gevonden in boekband

De fragmenten in de boekband

Soms werden fragmenten van de producten van de Jesuit Mission Press in Japan ook gebruikt om boekbanden van andere boeken te verstevigen. Toevallig behoort het exemplaar van het biechtboek uit 1598 die in de Biblioteca Casanatense bewaard wordt tot de bekende gevallen. Dit is vooral opmerkelijk omdat het hier om fragmenten gaat die niet bevestigde drukken moeten helpen beschermen.

Het Utrechtse biechtboek is in dit opzicht ook interessant. Het bevat twee aan elkaar gerelateerde fragmenten, een in het voorplat en een in het achterplat. Het fragment in het achterplat komt helemaal overeen met een deel van de tekst op fol. 41r (het grootste deel van de regels 1-8 en 11;  regels 9-10 zijn nauwelijks zichtbaar als gevolg van vouwen) uit de Doctrina in de uitgave van 1591, zoals een vergelijking met het enige nog bestaande exemplaar uit de Biblioteca Apostolica Vaticana (Barb.or.153.pt.A) laat zien. Het bevat zelfs dezelfde misdruk in regel 4 (het geven van adari waar je atari zou verwachten). De tekst is in de vorm van een dialoog, waar de leerling vragen stelt over de tien geboden, en de leraar antwoordt dat er tien in totaal zijn, en ze daarna opnoemt. Zowel de vragen als de antwoorden betreffende gebod 1,2 en 4 zijn in het fragment voor het grootste deel zichtbaar.

Het fragment gevonden in het voorplat is van nog grotere belang en betekenis. Het is ook nauw verwant aan de uitgave van de Doctrina uit 1591, afkomstig uit het hoofdstuk over de sacramenten, vooral over het sacrament van boete en verzoening; dat past natuurlijk precies bij een boekband van een biechtboek.

Hoewel het zichtbare deel van de tekst heel erg overeenkomt met fol. 68r (regels 1-8) van de Doctrina is het ook niet helemaal identiek. De tekst is wel hetzelfde, maar de eerste 3 regeleindes komen op andere plaatsen voor, en de exacte keuze van kana verschilt ook in diverse instanties. Dit kan betekenen dat er al in 1591 verschillende edities waren, of dat we hier te maken hebben met een fragment uit een ander (waarschijnlijk iets latere) uitgave van de Doctrina, die toch nog voor het grootste deel identiek was aan de editie uit 1591. In beide gevallen gunt het fragment ons een blik op een editie die anders onbekend zou zijn gebleven van deze belangrijke tekst, gepubliceerd door de Jesuit Mission Press in Japan.

Tekst uit de appendix

Dankbetuiging

De auteur is dr. Bart Jaski en drs. Frans Sellies van de Universiteitsbibliotheek Utrecht zeer dankbaar voor hun snelle en nuttige antwoorden op mijn vragen die ik begin november gesteld heb en al met al voor hun geweldige steun.

Verder lezen

  • Jaski, Bart (2021): ‘The manuscript collection of Adriaan Reland in the University Library of Utrecht and beyond’. In: Bart Jaski, Christian Lange, Anna Pytlowany, Henk J. van Rinsum (eds.): The Orient in Utrecht. Adriaan Reland (1676–1718), Arabist, cartographer, antiquarian and scholar of comparative religion (Leiden: Brill), pp. 321–361; Appendix 2: pp. 434–484. [Available online at https://brill.com/view/title/60094.]
  • Laures, Johannes (1957): Kirishitan Bunko: a manual of books and documents on the Early Christian mission in Japan. Third, revised and enlarged, edition (Tōkyō: Sophia University). [Available online at https://digital-archives.sophia.ac.jp/repository/view/repository/20180226002?lang=en.]

Deel dit

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.