De diversiteit van incunabelen in de UB Groningen

In mijn vorige blog liet ik zien dat de incunabelencollectie van de UB Groningen zeer divers is. Deze keer zal ik proberen te ontsluieren waar deze diversiteit vandaan komt. De eerste oorzaak van deze verscheidenheid is te vinden in de definitie van een incunabel. De categorie van incunabelen beslaat namelijk niet alleen boeken, maar alles wat gedrukt werd voor 1501. Zoals ik eerder liet zien, kon dit gaan om een werk van Avicenna van enkele honderden folia, maar ook om een aflaat van slechts één folium.

Een andere reden voor deze diversiteit is dat elke drukker zijn eigen lettertype gebruikte. De meeste drukkers hadden zelfs meerdere lettertypes, zodat incunabelen van dezelfde drukker ook weer een ander uiterlijk kunnen hebben. Er waren geen gestandaardiseerde lettertypes, zoals Times New Roman of Verdana. Ik ben zelfs een incunabel tegengekomen waarin op dezelfde pagina verschillende lettertypes zijn gebruikt (ill. 1). Dit is echter een uitzondering op de regel.

De diversiteit van deze incunabelen wordt verder nog versterkt, doordat de ene drukker meer afkortingen of een andere regel- en marge-afstand gebruikte dan de andere. Het verschil in marge-afstand kan echter ook worden veroorzaakt door het inbinden en herbinden van deze werken. Na het binden werden de bladranden strak afgesneden om het er mooier uit te laten zien, maar hierdoor veranderde logischerwijs ook de marge-afstand. Deze factoren veroorzaken een grote diversiteit in de bladspiegel van incunabelen. Dit is goed te zien wanneer we een fragment van een folium van het medisch-filosofische werk van Petrus de Abano (ill. 2) vergelijken met een folium van het werk over de kerkelijke kalender van Johannes Langer de Bolkinhayn (ill. 3).

Diversiteit kan ook gevonden worden in pogingen om handschriften te imiteren. Tot de komst van de boekdrukkunst waren handschriften het enige dat men kende. Logischerwijs wilde men gedrukte teksten laten lijken op wat bekend was. Dit werd bijvoorbeeld gedaan door het overnemen van afkortingen en ligaturen uit de handschriftencultuur. Een ligatuur is een verbinding tussen twee letters die is ontstaan door de snelheid waarmee een tekst wordt geschreven, de schrijfwijze en de houding van de pen. Het werk van Langer de Bolkinhayn (ill. 4) laat nog een andere vorm van deze handschriftimitatie zien, namelijk het overnemen van aantekeningen in de marge in de gedrukte versie.

Ill. 1: Articella, een verzameling medische werken gedrukt door Baptista de Tortis in Venetie in 1487
Ill. 2: Het medisch-filosofische werk van Petrus de Abano gedrukt door Johannes Herbort in Venetië in 1483
Ill. 3: Het werk over de kerkelijke kalender van Johannes Langer de Bolkinhayn gedrukt door Peter Schöffer in Mainz in 1489
Ill. 4: Handschriftimitatie in het werk van Johannes Langer de Bolkinhayn
Ill. 5: Cicero, De Oratore (Venetië: Wendelinus van Spira, 1470), exemplaar UB Groningen
Ill. 6: Cicero, De Oratore (Venetië: Wendelinus van Spira, 1470), exemplaar Bayerische Staatsbibliothek
Ill. 7: Het exemplaar van het werk van Petrus de Abano in de UB Groningen
Ill. 8: Het exemplaar van het werk van Petrus de Abano in de Bayerische Staatsbibliothek
Ill. 9: Het exemplaar van de Articella in de UB Groningen
Ill: 10: Het exemplaar van de Articella in de Bayerische Staatsbibliothek
Ill: 11: De inhoudsopgave in het Groningse exemplaar van het boek van Vincent van Beauvais over christelijke deugden en ondeugden gedrukt door Conradus Winters de Homborch in Keulen in 1477

Diversiteit komt ook voor tussen verschillende exemplaren van dezelfde druk. In dit geval is de oorzaak meestal het opgedeelde productieproces. Hoewel in sommige gevallen het volledige productieproces in het atelier van de drukker plaatsvond, was dat lang niet altijd het geval. Het kwam vaak voor dat na het drukken de losse katernen werden opgestuurd naar de nieuwe eigenaar. Hij liet vervolgens decoraties en rubricaties aanbrengen en de katernen inbinden. In deze processen ben ik regionale verschillen tegengekomen, waarbij exemplaren van een incunabel van dezelfde drukker, uit hetzelfde jaar en met dezelfde hoofdtekst er totaal anders kunnen uitzien. Om dit opgedeelde productieproces te illustreren heb ik steeds twee exemplaren van hetzelfde werk vergeleken. Illustraties 5 en 6 illustreren het verschil dat kan ontstaan door de decoratie. Op ill. 5 zien we het exemplaar uit Groningen van Cicero’s De Oratore gedrukt door Wendelinus van Spira in Venetië (1470) en op ill. 6 zien we het exemplaar van de Bayerische Staatsbibliothek. Op ill. 7 en 8 zien we een verschil in de rubricatie van het werk tussen het exemplaar uit Groningen (ill. 7) en het exemplaar van de Bayerische Staatsbibliothek (ill. 8) van het eerder genoemde werk van Petrus de Abano. Ten slotte zien we op ill. 9 (Groninger exemplaar) en ill. 10 (exemplaar Bayerische Staatsbibliothek) dat ook de band waarin een incunabel werd ingebonden (in dit geval de eerder genoemde Articella) sterk kon verschillen; beide banden stammen uit de vijftiende eeuw.

Uiteindelijk zorgt ook de tand des tijds voor diversiteit. Een voorbeeld hiervan kunnen we vinden in het boek van Vincent van Beauvais over christelijke deugden en ondeugden uit de Groninger collectie. In dit werk is in de afgelopen vijfhonderd jaar de index verloren gegaan (waarvan we weten dat hij erin hoort te zitten); dit is gecorrigeerd door een handgeschreven index toe te voegen (ill. 11).

Ik hoop dat ik heb laten zien dat artistieke vrijheid van drukker, rubricator en decorator, maar ook de tand des tijds incunabelen hebben gemaakt tot de unieke werken die ze vandaag de dag zijn.

Deel dit

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.