CERL-stage 2023 – Rijksuniversiteit Groningen

Het Consortium of European Research Libraries (CERL) is het internationale centrum voor het historische geschreven en gedrukte boek, het geschreven erfgoed van Europa, vertegenwoordigd door de collecties van de aangesloten leden en daarbuiten. CERL is een plek waar bibliotheek- en informatieprofessionals samenwerken.

Dit blog is een vertaling en bewerking van het door Agne Zemkajute geschreven verslag van haar CERL-stage in de UB Groningen. Zij is conservator tentoonstellingen van Bibliopolis, het boekmuseum van de Wroblewski Bibliotheek van de Litouwse Academie van Wetenschappen in Vilnius, en voorheen conservator incunabelen van dezelfde bibliotheek.

In oktober 2023 kreeg ik dankzij een stagebeurs van CERL en de UB Groningen de geweldige kans om de bibliotheek van de Rijksuniversiteit Groningen te bezoeken en vier weken door te brengen op de afdeling Bijzondere Collecties. Het hoofddoel van mijn verblijf was het onderzoeken en catalogiseren van de daar aanwezige incunabelen in de MEI-database (Material Evidence in Incunabula). Tegelijkertijd was het ook een prachtige kans om deze academische bibliotheek te leren kennen.

De universiteitsbibliotheek zit vol studenten, zelfs ’s avonds laat.

Groningen heeft altijd al bekend gestaan als een centrum van wetenschap en geleerdheid. Men neemt aan dat er al in de veertiende eeuw een school verbonden was aan de Martinikerk. Deze wordt voor het eerst genoemd in 1425. De school trok niet alleen lokale leerlingen aan, maar ook jongeren uit de buurlanden. Mijn onderzoek in de bibliotheek had vanzelfsprekend te maken met de vroege geschiedenis van de stad en deels met het boekenerfgoed van voor het ontstaan van de universiteit in 1614. Er zijn meer dan tweehonderd incunabelen, waarvan sommige kort na de oprichting van de universiteit in de bibliotheek terecht zijn gekomen. Zoals de naam van de database waarop ik mijn onderzoek baseer – Material Evidence in Incunabula – ook suggereert, ligt de focus niet op de auteur van een boek, de inhoud, en vaak ook niet op de drukker, maar op de geïdentificeerde en niet-geïdentificeerde eigenaren, lezers, commentatoren en de auteurs van de meer of minder uitgebreide aantekeningen in de boeken. Omdat ik tot nu toe voornamelijk gewerkt heb met incunabelen die in Litouwen bewaard zijn gebleven, leek het mij aanvankelijk ongelooflijk hoe een boek al aan het eind van de vijftiende eeuw naar Groningen gebracht kon zijn, daar gebonden kon zijn, twee of drie keer van eigenaar kon zijn verwisseld, en hoe al deze bewegingen binnen een relatief klein gebied konden hebben plaatsgevonden. Sterker nog, de hele fysieke reis van een boek over meer dan vijfhonderd jaar lag vaak binnen dit gebied. De incunabelen in Litouwen waarmee ik bekend ben, hebben meer gereisd, zijn beïnvloed door politieke gebeurtenissen en de boeken zijn vaak gedwongen van plaats en eigenaar veranderd. In Groningen heb ik gewerkt met een aantal boeken die ooit toebehoorden aan de priesters van de Martinikerk [1]. Een van hen, Wilhelmus Frederici (vóór 1452-1525), had minstens veertien incunabelen [2].

Het wapen van Wilhelmus Frederici.

Hij liet zijn boeken na aan de bibliotheek van de kerk waar hij diende. Sommige boeken hebben inscripties van Frederici zelf. Hij vermeldt wanneer hij incunabelen gekocht heeft en hoeveel hij ervoor betaald heeft, een paar boeken heeft hij geërfd van Johannes Frederici [3], die in 1484 overleed (mogelijk zijn vader of broer; de precieze relatie is onduidelijk). Andere boeken hebben latere aantekeningen van de bibliothecaris van de Martinikerk, die de weldoeners in de inscripties vermeldde. Moderne boekonderzoekers kunnen erg blij worden van zulke aantekeningen van vorige eigenaren van een boek, waardoor de lange geschiedenis van het boek kan worden achterhaald. Dat was echter zeker niet de bedoeling van degenen die deze informatie opschreven. Hun aantekeningen waren bedoeld als uitnodiging aan de lezer om in gebed terug te denken aan de weldoeners die het mogelijk gemaakt hadden deze boeken te kunnen lezen [4].

Groningen ging in 1594 officieel over op het gereformeerde geloof. Veel van de boeken uit de toen gesloten katholieke instellingen kwamen terecht in de bibliotheek van de Martinikerk, de belangrijkste kerk van de stad. In 1622 gaf het stadsbestuur toestemming om deze boeken over te brengen naar de Universiteitsbibliotheek die in 1615 was opgericht op slechts een paar honderd meter van de kerk, en bijna alle boeken zijn hier tot op de dag van vandaag aanwezig. Er is geen lijst van deze boeken bewaard gebleven, dus herkomstonderzoek helpt om ze te identificeren. Het is niet precies bekend waar de Martinikerk de boeken bewaarde, dus je kunt alleen maar naar het kerkgebouw kijken en speculeren over waar dit zou kunnen zijn geweest. Tijdens mijn onderzoek was de kerk gesloten voor bezoekers.

Op de avond van de laatste dag van mijn werk in de bibliotheek lukte het me echter om op een niet-zo-legale manier de kerk binnen te komen – er was op dat moment een repetitie aan de gang en iemand was vergeten de deur op slot te doen, dus ik kon bijna de hele kerk zien. Na al het onderzoek dat ik had gedaan, kon ik zo’n belangrijke plek voor incunabelen niet links laten liggen!

Soms zijn de interessantste dingen niet die waar we normaal gesproken naar op zoek zijn. Het is prachtig om het verhaal van een boek te kunnen vertellen, maar soms is het nog beter om iets vreemds of merkwaardigs te vinden. Waarom is bijvoorbeeld één pagina in het midden van een boek niet gerubriceerd? [5] Heeft de rubricator deze pagina op de een of andere manier over het hoofd gezien? Misschien… Maar hoe zit het met het boek dat rubriceringen mist op sommige bladen, enkele pagina’s en het kwart van één pagina? [6] Als dit de helft van een incunabel zou betreffen, kon je misschien gissen dat de eigenaar van het boek geld te kort kwam.

Maar zulke pagina’s komen in het hele boek voor. Bij een ander boek ontbreekt een vel (blad 2 en 7) en bij een ander is tekst geschreven op perkament [7]. Is dit misschien gedaan door de eigenaar van het boek, Wilhelmus Frederici zelf? We zullen nooit weten waarom sommige pagina’s niet zijn gerubriceerd of waarom er twee bladen ontbreken, maar het is erg interessant om zulke rariteiten met collega’s te bespreken en hypotheses op te stellen, waarvan sommige minder waarschijnlijk zijn dan andere, maar allemaal theoretisch mogelijk.

We kunnen speculeren over de oorzaak van bovengenoemde rariteiten. Maar enkele andere vondsten zijn gewoon interessante vondsten of… het mogelijke begin van een verhaal. Waarom heeft iemand een grashalm gebruikt als bladwijzer? [8] Die is tenslotte erg dun en breekbaar, beslist niet iets dat lang meegaat. Maar veilig verborgen tussen de bladzijden overleefde die lange tijd. Insecten in boeken maken me altijd nieuwsgierig. Wat doen ze in de boeken? Deze keer was het een arme spin onderaan de bladzijde. [9] Heeft iemand hem per ongeluk geplet toen hij het boek dicht sloeg? Of was iemand heel bang voor spinnen en hebben wij een wanhoopsdaad ontdekt? Heeft iemand de spin met opzet gedood? Het is leuk om zulke bevindingen te bespreken met kinderen die de bibliotheek bezoeken. Ze kunnen gemakkelijk meer dan een of twee verklaringen bedenken voor zulke vondsten. Maar kan het ook het begin van een detectiveroman zijn die nog geschreven moet worden? Misschien is de spin niet voor niets gedood en was de grasspriet een belangrijk middel om informatie door te geven… We hoeven toch niet altijd serieus te zijn bij ons onderzoek? Of wel?

Een andere opmerkelijke vondst die verband houdt met de geschiedenis van het schrijven van boeken is een schutblad van hergebruikt perkament met een missaaltekst die aan het eind van de vijftiende eeuw is geschreven. Dit blad van perkament was nooit ingebonden geweest in een boek en was nooit gebruikt in de liturgie. Op dit blad is alleen de hoofdtekst in zwarte inkt geschreven, maar er zijn geen rubriceringen, dus om de een of andere reden is het blad onvoltooid gebleven. [10] Collega’s in Groningen waren blij met deze vondst, want voor hen is dit een mooi voorbeeld van het proces van het hergebruiken van een handschriftboek. En ik bedacht me hoe mooi het zou zijn om zoiets in onze eigen collecties te hebben. Wat een geweldig voorbeeld zou dit zijn voor het onderwijs, lezingen enzovoort. Ik weet in ieder geval waar ik de digitale kopie kan vinden (de UB Groningen heeft haar incunabelen al gedigitaliseerd).

Het laatste boek wordt gecatalogiseerd.

Dit zijn slechts een paar voorbeelden van de vele interessante en nuttige dingen die ik deze maand heb geleerd. Een deel van de informatie kwam uit de incunabelen zelf, andere informatie ontdekte ik in de moderne boeken die me hier ter beschikking stonden. En natuurlijk heb ik geleerd van de collega’s die ik in Groningen heb ontmoet. Onze kennis is immers niet alleen gebaseerd op de literatuur die we lezen, maar ook op onze ervaring met de boeken waarmee we werken. Verschillende historische en culturele contexten zorgen ook voor verschillende sociale houdingen ten opzichte van boeken, verschillende leestradities en verschillende geschiedenissen van de boeken zelf. Dit alles heeft me veel ideeën gegeven, waarvan ik geloof dat ze mettertijd concretere uitdrukkingsvormen zullen krijgen en deel zullen gaan uitmaken van mijn projecten, tentoonstellingen en onderwijs.

Noten

[1] Martinikerk in MEI.

[2] Wilhelmus Frederici in MEI.

Boek met wapen van Wilhelmus Frederici: Vincentius Bellovacensis, Speculum naturale. [Straatsburg: (Adolf Rusch von Ingweiler), niet na 15 juni 1476]. Folio. GW M50635; ISTC iv00292000; Groningen UL: uklu INC 189.

[3] Johannes Frederici in MEI.

[4] Wilhelmus Frederici nodigt uit om te bidden voor Johannes Frederici (‘Ex Testame[n]to m[a]g[ist]ri Joh[ann]is fride[r]ici i[n] Zeeripis Utentes orent p[ro] eo’; fol. 1r), in: Antoninus Florentinus, Summa theologica. Venetië: Leonardus Wild [en Reynaldus de Novimagio], 1480-81. Folio. GW 2187; ISTC ia00873000; Groningen UL: uklu INC 18.

De bibliothecaris (?) van de Martinikerk nodigt uit om te bidden voor Wilhelmus Frederici (‘Ex Testamento Wilhelmi friderici Utentes orent p[ro] eo et suis benefacto[r]ibus’, fol. 1 v), in Avicenna, Canon medicinae. [Straatsburg: (Adolf Rusch von Ingweiler), na februari 1473]. Folio. GW 3114; ISTC ia01417700; Groningen UL: uklu INC 34 (2).

[5] Niet gerubriceerde pagina (p5 v), in Johannes Beckenhaub, Tabula super libros sententiarum Petri Lombardi cum Bonaventura. [Neurenberg: Anton Koberger, niet na 1494]. Folio. GW M32527; ISTC ib00292000; Groningen UL: uklu INC 52 (2.2);

[6] Deels gerubriceerd boek, Johannes de Bromyard, Summa praedicantium. [Bazel: Johann Amerbach, niet na 1484]. Folio. GW M13114; ISTC ij00260000; Groningen UL: uklu INC 56.

[7] Boek waarvan de vellen H2 en H7 missen, in Johannes Gerson, Opera, etc. [Keulen]: Johann Koelhoff, de Oudere, 1483-84. Folio. GW 10713; ISTC ig00185000; Groningen UL: uklu INC 90 (4); H1v-H2r; H2v-H3r; H6v-H7r; H7v-H8r.

[8] Zeer kwetsbare boekenlegger (?) – Een grasspriet, in Augustinus de Ancona, Summa de potestate ecclesiastica. Keulen: Arnold Ther Hoernen, 26 januari 1475. GW 3051; ISTC ia01364000; Groningen UL: uklu INC 14.

[9] Spin onderaan de tekst (146 r), in Articella. Venetië: Baptista de Tortis, 20 augustus 1487. Folio. GW 2680; ISTC ia01144000; Groningen UL: uklu INC 27.

[10] Niet gerubriceerde perkamenten schutbladen, in Antoninus Florentinus, Summa theologica (Partes I-IV). Venetië: Leonardus Wild [en Reynaldus de Novimagio], 1480-81. Folio. GW 2187; ISTC ia00873000; Groningen UL: uklu INC 18 (4).

Deel dit

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *