De VU-onderwijscollectie Kunstgeschiedenis 

Afb 1: Houten kist met diverse houtstalen om deze te leren identificeren.

In 1965 werd op de Vrije Universiteit Amsterdam de opleiding Kunstgeschiedenis opgericht. De subfaculteit begon klein met 5 studenten en zonder bibliotheek, dia’s en ander studiemateriaal. In de beginjaren maakte men daarom dankbaar gebruik van de voorzieningen van het Kunsthistorisch Instituut van de Universiteit van Amsterdam. Onder leiding van de eerste hoogleraar Hans Rookmaker, een kunsthistoricus met een sterk Bijbels-gefundeerde cultuur- en kunstopvatting, groeide de opleiding snel. In het jaar van zijn overlijden in 1977 schreven zich 150 studenten in en bezat de universiteit een beeldplatencollectie van ruim 65.000 stuks. Deze groei zette in de decennia hierna gestaag door onder hoogleraren als C.A. van Swighem, A. Esmeijer, C.H. Blotkamp, A. van der Woud en J.C. Bierens de Haan. In 2013 werd de bachelor Kunstgeschiedenis onderdeel van de brede bachelor Media, Kunst, Design en Architectuur (MKDA). 

Om een beeld te krijgen van hoe dit het kunsthistorisch onderwijs er de afgelopen 60 jaar uitzag, zijn we op dit moment bezig met het inventariseren en onderzoeken van een onderwijscollectie Kunstgeschiedenis. Er wordt gekeken naar verschillende objecten en apparaten, die zijn opgeslagen in een kelderruimte van de opleiding MKDA. Door recente ontwikkelingen is het materiaal nagenoeg in onbruik geraakt; denk aan de massale digitalisering van beeldmateriaal en de groeiende aandacht voor context en theorie ten koste van praktische vakken als materiaalkennis en kunsttechnieken. Met het lopende stageproject hopen wij het materiaal nieuw leven in te blazen, nu als onderdeel van de collectie Academisch Erfgoed VU. 

Afb 2: Lithosteen met muzieknotatie, om studenten de techniek van de lithografie te laten zien en het afstotende effect van water en vet te laten ervaren. Dit is o.a. te zien aan de aangebrachte krijtsporen op de steen.

Het project begon met het inventariseren van de objecten in de depotruimte van de VU. Er lag uiteenlopend materiaal. Hierbij kan gedacht worden aan schilderspaletten, natuurstenen, houtstalen, textiel, etsgereedschap, et cetera. Er lag ook archeologisch materiaal, zoals stenen en scherven. Naast zelfgemaakte werken van studenten werd ook een collectie prenten aangetroffen. Hiervan liggen er minstens tweehonderd, waaronder historieprenten, volksprenten (ook wel centsprenten), architectuurprenten en ontwerpprenten, afkomstig uit verschillende eeuwen.

Afb 3: Historieprent van Simon Fokke, Het ontzet van Leijden, 1776.

Na de hele ruimte uitgepluisd te hebben, was het tijd voor de volgende stap. Welke waarde hebben de objecten? De waardebepaling wordt gedaan met behulp van de Museale Weegschaal van het RCE (2013) en op basis van het huidige collectieprofiel van de collectie Academisch Erfgoed VU. Op deze manier proberen we een overzichtelijk beeld te krijgen van het materiaal. Mede dankzij interviews met twee oud-docenten kunstgeschiedenis kregen de objecten extra context en gaven zij een beter beeld gegeven van het onderwijs van toen.

Naast het samenstellen van een nieuwe sub-onderwijscollectie Kunstgeschiedenis is het plan om het wetenschappelijke objectonderzoek om te zetten in een (online) tentoonstelling. Veel mensen weten namelijk niet van het bestaan van deze bijzondere objecten. Met de tentoonstelling kunnen we dit interessante stukje VU-geschiedenis delen én de docenten en studenten laten zien wat voor prachtig materiaal er beschikbaar is. Hoe mooi zou het zijn als sommige objecten wellicht een nieuwe rol kunnen krijgen in het huidige onderwijs? 

Afb 4: In totaal dertig stuks aan prachtige en uiteenlopende natuurstenen. 

We hopen dit jaar het project af te ronden en beschikbaar te maken voor een groter publiek. Op deze manier wordt er een nieuwe en waardevolle collectie toegevoegd aan het Academisch Erfgoed van de VU, die een essentieel onderdeel vormt van de geschiedenis van de universiteit.

Deel dit

1 reactie

  1. Corrie van Maris op zegt:

    Prachtig onderwerp en wat fijn dat er zoveel objecten bewaard zijn gebleven in Utrecht. Hopelijk waaiert dit onderzoek in de toekomst verder uit. Een vergelijking met de geschiedenis van kunsthistorische opleidingen aan andere universiteiten zou interessant zijn.

Plaats een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *