Van Erasmus tot Roos en Boukje: straatnamen als cultureel erfgoed

Het begon met het beeld van Erasmus. Toen Reinier Post en Lodewijk Rogier, geliefde en bewonderde hoogleraren geschiedenis, in 1964 met emeritaat gingen, vonden hun Nijmeegse studenten dat dit gemarkeerd moest worden met een groots gebaar. In hun zoektocht stuitten ze in de omgeving van Nijmegen op een beeld van Erasmus dat, staand aan de dijk bij Winssen, uitkeek over uiterwaarden en Waal. De jonge beeldhouwer Huub Kortekaas was van harte bereid het beschikbaar te stellen en het beeld verhuisde naar de campus. Daar werd er aan de sokkel van het beeld een steen toegevoegd met de woorden: ‘Ik sta hier voor Post en Rogier’.

Het beeld Erasmus, gemaakt door H. Kortekaas, wordt op 26 oktober 1964 aan de dijk bij Winssen aangeboden aan de vertrekkende hoogleraren R.R. Post en L.J. Rogier door de Nijmeegse Historische Studentenkring Dr. Huybers. Fotograaf Joop van Bilsen /Anefo [CC1]

Ongemakkelijke erfenis

Omstreeks 1966 kreeg het kunstwerk een plaats bij het curatorengebouw aan de huidige Comeniuslaan. Pas in 1973 werd het beeld verplaatst naar de Erasmuslaan, vlakbij het gebouw van de Faculteit der Letteren, dat toen nog in aanbouw was en dat pas iets later Erasmusgebouw werd. De Erasmuslaan kreeg al in 1966 zijn naam, dus voordat het beeld er stond. Het was een van de eerste drie wegen op de campus die vernoemd waren naar een persoon. Behalve de Erasmuslaan kregen toen de Philips van Leydenlaan en de Geert Grootelaan (kort daarna hernoemd tot Geert Grooteplein) hun naam. Dit vormde het begin van wat nu een traditie lijkt te zijn op de campus van de Radboud Universiteit. Paden, wegen en pleinen krijgen namen van personen. Hetzelfde gebeurt vaak bij gebouwen en zalen in die gebouwen. Wat in de jaren 1960 en 1970 zonder vooropgezet plan begon en tot ontwikkeling kwam, wordt tegenwoordig soms ook ervaren als een ongemakkelijke erfenis.

Beelkamer wordt weer de salon

In het najaar van 2023, toen de Nijmeegse universiteit haar honderdste verjaardag vierde, ontstond er ophef over een actie rond het portret van Louis Beel, alumnus van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid en tweemaal minister-president. In de jaren 1948-1949 was hij als Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon verantwoordelijk voor de gewelddadige onderdrukking van de Indonesische vrijheidsstrijd. Het portret van Beel werd van de wand gehaald en vervangen door een portret van Raden Mas Ontowiryo (1785-1855), ‘Diponegoro’, leider van de opstand tegen het Nederlandse bestuur in de Java-oorlog (1825-1830). Al snel is het portret van Beel teruggehangen – inmiddels van een toelichting voorzien. De Beelkamer, een vertrek in Huize Heyendael, een Neorenaissance landhuis op de campus, was al langer omstreden. In november 2023 besloot het College van Bestuur dit vertrek zijn oude naam te geven: de salon.

Eindelijk een vrouw

De ophef rond Beel was aanleiding een commissie in te stellen die zich moest buigen over de naamgeving op de campus van de Radboud Universiteit. Bij het verkennen van de huidige situatie bleek dat de ‘traditie’ – zoals gezegd – organisch is ontstaan en daarna jarenlang zonder veel ophef en discussie is voortgezet. Zo vulde de campus zich met een heel netwerk van straten en paden die de namen kregen van geleerde mannen uit het verleden. In 1980 werden op verzoek van het College van Bestuur heel wat nieuwe namen toegekend, vaak van Nederlandse geleerden uit de zeventiende en achttiende eeuw. Uit 1980 dateert ook het Anna Maria Schuurmanpad (sinds 2024 Anna Maria van Schurmanpad), waarmee voor het eerst een vrouw de naamgever was. Na 1980 kwam er heel af en toe een nieuwe naam bij. Zo is er sinds 2015 het Marsilius van Ingenpad, genoemd naar een veertiende-eeuwse filosoof en theoloog die hoogleraar was in Parijs en Heidelberg en die in de omgeving van Nijmegen moet zijn geboren.

Verongelukt op weg naar Pompeï

Niet lang voordat de universiteit in 2023 haar honderdste geboortedag zou vieren, was het Berchmanianum, voormalig studiehuis van de Jezuïeten, Academiegebouw geworden. De bijbehorende tuin werd deel van de campus. In diezelfde tijd was een belangrijk deel van de Thomas van Aquinostraat verdwenen, waren gebouwen gesloopt en was het nieuwe Maria Montessorigebouw verrezen. Oude paden verdwenen, negen nieuwe kwamen daarvoor in de plaats. Universiteitshistoricus Jan Brabers ging op verzoek van het College van Bestuur met een commissie op zoek naar nieuwe namen. Hij stelde voor studenten te vernoemen. Het college stemde daarmee in, mits er aandacht zou zijn voor inclusie en diversiteit. En zo werd er een pad genoemd naar Gerard Leckie, die promoveerde in de sociale wetenschappen in Nijmegen, decaan werd in Paramaribo en daar, als criticus van de regering, werd vermoord in december 1982. Ook Boukje Niewold en Roos de Jong kregen samen een pad. Zij verongelukten in 2001, samen met hun hoogleraar Jos de Waele, tijdens een excursie op weg naar Pompeï.

Een ‘herinneringslandschap’

Bij de naamgeving in 2023 is nadrukkelijk nagedacht over de impact van naamgeving; over de manier waarop die uitdrukking geeft aan de identiteit en waarden van de Nijmeegse universiteit en over de vraag of gebruikers van de campus zich zouden kunnen herkennen in de namen die ze tegenkomen. De nieuwe paden geven als het ware commentaar bij de bestaande traditie – bij het cultureel erfgoed dat straatnamen nu eenmaal vormen. Straatnamen creëren gezamenlijk een ‘herinneringslandschap’ dat laat zien hoe de universitaire gemeenschap onderdeel wilde zijn van de geschiedenis. Terwijl universiteitsbestuurders in 1966 Erasmus op een voetstuk plaatsten, besloten actievoerders in het voorjaar van 2024 om een van de paden tijdelijk om te dopen tot Edward Saïdpad, daarmee verwijzend naar de Palestijns-Amerikaans literatuurwetenschapper met die naam.

De toekomst is aan de mensen na ons

De Radboud Universiteit heeft het zichzelf lastig gemaakt door zo consequent personen te vernoemen. Maar het herinneringslandschap dat zich daardoor heeft gevormd, en dat lange tijd vooral werd bevolkt door witte geleerde mannen, is inmiddels van kanttekeningen voorzien door de namen van nieuwe paden en gebouwen – genoemd naar onder anderen Maria Montessori en Elinor Ostrom. Hoe die traditie wordt voortgezet, zal de tijd uitwijzen. Door te kiezen voor personen die een weerspiegeling vormen van de diversiteit en meerstemmigheid van de academische gemeenschap, wordt de traditie omgebogen. Maar wie weet besluiten toekomstige generaties voor een rigoureuze verandering. De erfenis uit het verleden kun je doorgeven – bepalen wat daarmee in de toekomst gebeurt, is aan de mensen na ons.

Johan Oosterman is programmadirecteur Radboud Erfgoed, hoogleraar Oudere Nederlandse Letterkunde en voorzitter van de Commissie Naamgeving aan de Radboud Universiteit

Deel dit

1 reactie

  1. Henk Koskamp Molenweg 18 7205 BD Zutphen 05 7557 3579 op zegt:

    Namen als Cultureel Erfgoed. Een mooi initiatief. Daar houd ik van. En ben ik blij mee. Weten waar we vandaan komen. En met een glimlach naar de geschiedenis kijken.

    Dit stuk begint met Erasmus, Erasmus van Rotterdam, naar eigen schrijven.
    En het gaat over de Radboud Universiteit, in Nijmegen. Erfgoed van de Sint Radboudstichting.
    En daardoor ook van Radboud.
    Volgens mij hoort de Radboud Universiteit bij Radboud te beginnen.

    Tja hoe zit het dan met Radboud en Nijmegen, toen hij bisschop was in Utrecht?
    Volgens mij was er/waren er toen andere (aarts)bischoppen in Nijmegen, dat toen Radboud bisschop in Utercht was, naar mijn, nog te controleren geschiedeniskennis, bij het bisdom Keulen behoorde.
    Nu is dat anders.

Plaats een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *