Ongehoorzame objecten

Foto: Koen Kievits

De afgelopen jaren heeft Radboud Erfgoed kunstenaars, muzikanten, schrijvers en onderzoekers uitgenodigd om in de erfgoedcollecties van de Radboud Universiteit te duiken. Binnen een artist-in-residence-programma kregen zij de kans om te interacteren met de opengestelde archieven en collecties. In 2025 onderzocht ik als beeldend kunstenaar vakbondsvaandels uit de collecties van het Katholiek Documentatie Centrum (KDC) en oude herbaria uit de Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek. Voor de universiteit maakte ik vervolgens twee vaandels en een vlag. 

Mijn project voor Radboud Erfgoed begon met twee vragen: wat wordt er bewaard en wie wordt er herinnerd? Mensen die een plek krijgen in de geschiedenisboeken, of op straatnaambordjes of op rectorportretten worden afgebeeld, hebben vaak iets uitzonderlijks gedaan binnen de universiteit. Met deze vaandels wilde ik een kunstwerk maken voor de universitaire gemeenschap als geheel. Ik wilde juist ruimte maken voor mensen en verhalen die aan de randen van de geschiedenis opereren. Niet alleen voor hoogvliegers, maar juist ook voor wetenschappers die het bij het verkeerde eind hadden of niet erkend werden. 

Foto: Robin Speijer

Sporen van gebruik

Onderdeel van de archieven en collecties van het KDC is een reeks historische vakbondsvaandels, voornamelijk afkomstig van katholieke vakbonden uit de twintigste eeuw uit de regio Nijmegen. Er waren vaandels voor onder andere de timmerliedenbond, de grafische bond en de bouwbond. Ze werden gebruikt in optochten en tijdens bijeenkomsten, buiten gedragen in processies of neergezet in buurthuizen. De vaandels waren in beweging en hun betekenis ontstond mede door de manier waarop ze werden gebruikt. 

Sporen van dat gebruik zijn nog steeds zichtbaar in de objecten. Veel vaandels zijn in de loop der jaren beschadigd, gerepareerd of aangepast. Soms waren in het velours nog afdrukken van eerdere letters zichtbaar, waardoor duidelijk werd dat een vaandel was hergebruikt. Eén vaandel had aan de achterkant een scheur, die was opgevuld met krantenpapier – een opmerkelijk materiaal voor iets wat in de buitenlucht wordt gedragen. De tekst op het papier was nog leesbaar. Via de krantenbank Delpher kon ik het oorspronkelijke artikel traceren. Het speurwerk bracht me naar de zomer van 1914, vlak voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Op de voorpagina stond onder meer een artikel over protesten voor het vrouwenkiesrecht. Dit verborgen stuk krantenpapier maakte ineens voelbaar in welk tijdgewricht deze vaandels werden gemaakt en gebruikt.

Foto: Robin Speijer

Aan het velours was bovendien nog te zien dat de naam van de bond ooit was aangepast: eerdere letters hadden een afdruk in de stof achtergelaten. Andere informatie was door slijtage juist verdwenen. Het krantenpapier aan de binnenzijde hielp het vaandel preciezer in de tijd te plaatsen. Zo werd zichtbaar dat de betekenis van het object niet alleen schuilt in de boodschap die het aan de buitenkant uitdraagt, maar ook in de sporen van gebruik, aanpassing en reparatie.

In de vaandels die ik maakte voor de huidige universitaire gemeenschap wilde ik de vormentaal en gebruiksgeschiedenis van de historische vakbondsvaandels uit de KDC-collecties laten doorklinken. Ze zijn opgebouwd uit beschadigde lagen velours, met meerdere interne lagen, waaronder een reproductie van de krant uit 1914. De lagen zijn doorgestikt en ingesneden, waardoor de geschiedenis als het ware van binnen naar buiten wordt geduwd. Ook zijn woorden in het velours geperst en als sporen in de stof achtergelaten.

Foto: Robin Speijer

Een symbool voor de gemeenschap van vandaag

De vorm en opbouw van de vaandels kon ik zo meenemen naar het heden. In de Bijzondere Collecties zocht ik naar een beeld dat iets kon vertellen over de universitaire gemeenschap van vandaag. In een prachtig antiek herbarium stuitte ik op een afbeelding van een oorbekerzwam. De toelichting bij deze prent vermeldde dat deze zwam haar naam dankt aan de gelijkenis met het menselijk oor. Ooit dachten ‘landlopers en kwakzalvers’ dat de zwam vanwege die gelijkenis ook geneeskrachtige werking op het oor zou hebben. Dit bleek niet te kloppen, maar de naam draagt nog altijd die oorspronkelijke zoektocht en gedachtegang met zich mee. 

Foto: Koen Kievits

Juist deze zoektocht interesseert mij: dat mensen de wereld niet zomaar aannemen voor hoe die in eerste instantie lijkt te zijn, maar proberen te begrijpen wat ze zien, ongehoorzaam durven te zijn en de status quo te bevragen. Daarbij hoort ook dat ideeën achteraf onjuist kunnen blijken. Dat is geen mislukking, maar een wezenlijk onderdeel van het proces waarin kennis ontstaat.

De oorbekerzwam werd zo een symbool voor ongehoorzaamheid, voor het durven bevragen van wat als vanzelfsprekend geldt. Daarom is in het ene vaandel het woord ongehoorzaam geperst en in het andere saamhorig. Die twee begrippen zijn voor mij met elkaar verbonden. Kennis ontstaat immers niet alleen door uitzonderlijke individuen, maar binnen een gemeenschap van mensen die bijdragen, elkaar tegenspreken, scherp houden en voortbouwen op wat anderen hebben gedaan. Niet de uitkomst van het onderzoek staat centraal, maar juist het gezamenlijke proces.

Foto: Robin Speijer

Opnieuw in beweging 

De vaandels hebben in 2025 enige tijd in de Nijmeegse Universiteitsbibliotheek gehangen en sommige zijn vervolgens onderdeel geworden van het academisch erfgoed. Komend jaar hoop ik dat ze opnieuw worden gebruikt. Tijdens een processie wil ik graag samen met studenten, medewerkers, belangenbehartigingsorganisaties en studentenverenigingen met de vaandels over de campus lopen. Daarmee krijgen deze vaandels opnieuw de functie en betekenis waarvoor ze oorspronkelijk bedoeld waren: om te worden gedragen door mensen, door een gemeenschap en door de verhalen die zij samen vertellen. 

Foto: Koen Kievits

Deel dit

Plaats een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *