Tatoeage, 19de eeuw

Collectie : medische collecties, pathologie 1900-1980

Thema:  pathologie

Materiaal:  organisch

Objecttype:  humaan materiaal droog, humaan materiaal nat

Omvang:  500 objecten

Contact:  Dhr. J. Le Grand

Tatoeage uit de collectie van Gerbrand Bakker, hoogleraar geneeskunde 1811 – 1828

De collectie bevat naast anatomische ook pathologische preparaten. Het grootste deel wordt gevormd door natte preparaten, delen van het menselijk lichaam die worden bewaard in een conserveringsvloeistof. Dan zijn er droge preparaten, waarbij de vaten van de organen zijn ingespoten met gekleurde was en later met kunststof. Het weefsel daaromheen droogde en werd met schellak bewerkt. Moderne, droge preparaten worden geplastineerd. Een andere vorm van preparaten zijn modellen van was en papier-maché. Ten slotte is er een collectie skeletten en schedels. De kern wordt gevormd door de privéverzamelingen van twee vooraanstaande medische wetenschappers uit de 18e eeuw, Petrus Camper en Pieter de Riemer. De collectie van Petrus Camper, hoogleraar geneeskunde van 1763-1774, en zijn zoon Adriaan Gilles Camper bestond uit anatomische-, vergelijkend anatomische- en biologische preparaten, fossielen, mineralen en instrumenten. Na Campers dood is de verzameling in 1820 aan de universiteit geschonken. Er zijn nog zo’n tweehonderd preparaten van Camper in de collectie. Een ander belangrijk deel bestaat uit de verzameling van de medisch wetenschapper Pieter de Riemer (1769-1831). Hij heeft zich vooral beziggehouden met anatomie, chirurgie en verloskunde. De verzameling De Riemer, die uit meer dan negenhonderd preparaten bestaat, kwam in 1831 bij de universiteit van Groningen terecht.

« Terug naar Academisch erfgoed